In opdracht van Stantec B.V. heeft RAAP in januari 2026 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Lijnbaan 13 te Leiderdorp in de gemeente Leiderdorp (figuur 1).
Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:
• Het plangebied kenmerkt zich door haar ligging in het komgebied van de Oude Rijn. Vanaf het neolithicum is het landschap in de omgeving van het plangebied sterk veranderd. Het dynamische karakter van het getijdengebied heeft ervoor gezorgd dat het plangebied tot in de bronstijd meerdere malen in het waddengebied en later het komgebied van de Oude Rijn heeft gelegen. Resten van bewoning de periode neolithicum – bronstijd zullen vanwege de landschappelijke ligging niet in het plangebied aanwezig zijn.
• Na de stabilisatie van het estuarium in de ijzertijd en Romeinse tijd kwam het plangebied ten noorden van de noordelijke oevers van de Oude Rijn te liggen. Aan weerszijden van het plangebied hebben op circa 250 m afstand crevasses vanuit de Oude Rijn gestroomd. Een aantal archeologische onderzoeken uit de omgeving hebben een aantal vondsten in de stroomgebieden van de riviertjes aangetroffen waaronder fragmenten houtskool en aardewerk aangetroffen. Het plangebied maakt echter onderdeel uit van het lagergelegen komgebied. Uit onderzoeken die buiten de oevers van de Oude Rijn en haar zijrivieren zijn uitgevoerd, zijn geen archeologische vindplaatsen voort gekomen. Op basis van het voorgaande er geldt een lage verwachting voor het de periode ijzertijd – Romeinse tijd
• Uit de vroege middeleeuwen (Merovingische periode) is er sprake van een concentratie van bewoning in de directe omgeving van de Oude Rijn en langs veenriviertjes. In de middeleeuwen en de nieuwe tijd maakte het plangebied onderdeel uit van het komgebied. Met de grootschalige ontginningen vanaf de late middeleeuwen ontstaan de bewoningslinten van Leiden en Leiderdorp en kasteelterreinen als Ter Zijl. Het plangebied maakte echter pas vanaf de tweede helft van de 20e eeuw onderdeel uit van de bebouwde kom van Leiderdorp. Zodoende worden in het plangebied geen archeologische resten uit de periode middeleeuwen – nieuwe tijd verwacht.
• De omvang en diepte van de ingrepen bedragen 504 m2 en circa 2 m -mv.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht.
Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Leiderdorp, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.