Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (20974.009) Dubbelbeek (ong.) te Apeldoorn

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum tot en met de Late-Middeleeuwen en een lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd. Het plangebied ligt namelijk binnen het centraal-oostelijke deel van een relatief hooggelegen en van west naar oost (flauw) hellende daluitspoelingswaaier en vormt de overgangs-/randzone van de ten westen gelegen Oost-Veluwse stuwwal naar het ten oosten gelegen Pleistocene dal van de IJssel (het IJssel-bekken). Voor jagers-verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) zal het plangebied waarschijnlijk wel een voldoende gunstige ligging hebben gehad, alhoewel in de directe omgeving waarschijnlijk geen sprake is van (een) natuurlijke waterbron(nen) (geen natuurlijke depressies/beekdalen in de directe nabijheid van het plangebied). Ook voor landbouwers had het plangebied geen ongunstige ligging als nederzettingslocatie, alhoewel het in een landschap ligt waar bodems zijn ontwikkeld met een relatief lage natuurlijke vruchtbaarheid en daardoor minder geschikt waren voor prehistorische en latere landbouwactiviteiten. Het plangebied valt ook buiten de gebieden die tot de enken/oude bouwlandcomplexen hebben gehoord, maar juist voor langere tijd deel heeft uitgemaakt van de gebieden van woeste gronden/heidegebied. Tot op heden zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen archeologische vondsten gedaan uit de Steentijd dan wel uit de Late-Prehistorie. Enkel een fragment van een keramische klokbeker, daterend uit het Neolithicum, is aangetroffen circa 700 meter ten oosten van het plangebied tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden. Het geeft de indruk dat het gebied zeer arm is aan archeologische vindplaatsen. Voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag. Vanuit geraadpleegd historisch kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van historische erven in dan wel in de directe omgeving van het plangebied. Daarnaast heeft het plangebied behoort tot het recreatiecentrum Malkenschoten en heeft, naast het gebruik als sportveld, ook merendeels binnen een aangelegd natuurbad gelegen. De verwachting is dan ook dat reeds moderne vergravingen hebben plaatsgevonden.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigen dat er moderne vergravingen/verstoringen hebben plaatsgevonden, welke gerelateerd zullen zijn aan het gebruik als natuurbad. Vervolgens is hier van elders aangevoerde grond gestort. Op basis van de huidige situatie ligt in het oostelijke deel van het plangebied nog relatief recentelijk grond te zijn gestort. De bodem opbouw bestaat tot minimaal 115 cm -mv, dan wel dieper, uit geroerde/verstoorde en sterk gevlekte lagen grond. Vooral in de bovengrond zijn enkele resten machinale beton- en baksteenpuin en plaatselijk resten plastic aanwezig. De meest dikke laag gestorte grond bevindt zich in het meest westelijke deel van het plangebied en zijn de boringen op circa 2 m -mv gestaakt vanwege een massieve verharding of grote brokken puin. Wellicht betreffen het restanten van de vloer van het natuurbad, welke verder waarschijnlijk van oost naar west heeft afgelopen (meest westelijke deel betrof het diepere deel van het natuurbad).

Restanten van het van nature gevormde bodemprofiel zijn in geen van de boringen aangetroffen. Bij enkele boringen is onder het verstoringsniveau zwak tot matig siltig, zeer fijn zand aangetroffen, waarschijnlijk een dunne laag (ten dele verspoelde) dekzandafzettingen vormend (1C-/1Cr-horizont). Verder komt er zwak tot matig grindig, zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand en betreffen sneeuwsmeltwater-/daluitspoelingswaaierafzettingen.

Conclusie Geconcludeerd wordt het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau binnen het gehele plangebied volledig is verstoord. Voor het gehele plangebied geldt dan ook geen verwachting meer op in situ gelegen archeologische resten dan wel archeologische sporen. De middelhoge verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m de Late-Middeleeuwen en de lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd, dient dan ook bijgesteld te worden naar geen verwachting.

Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Voor het plangebied geldt dat de natuurlijke bodemopbouw verstoord is tot ver voorbij de oorspronkelijke top van de C-horizont. De geplande bodemverstorende ingrepen zullen niet resulteren in verstoringen van archeologische waarden, aangezien deze in situ niet meer worden verwacht.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/VS4CBE
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/VS4CBE
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2024
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 11715976
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem