In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft RAAP in februari en maart 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Hengstdalseweg/Beukstraat te Nijmegen in de gemeente Nijmegen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.
Tijdens het verkennend booronderzoek zijn in totaal zestien boringen gezet. De boringen zijn geplaatst in de groenstroken langs de Hengstdalseweg. Tevens is ter hoogte van de Moerbeistraat een raai geplaatst met boringen met een onderlinge afstand van circa 10 m.
De bodemopbouw in het plangebied is, daar waar deze niet verstoord is door aanwezige kabels en leidingen of bebouwing, nagenoeg intact. De boringen die gezet zijn in het westen van het plangebied zijn gestuit in verstoorde context, echter is het goed mogelijk dat onder deze verstoring nog een (deels) intact bodemprofiel aanwezig is. De boringen zijn grotendeels gezet op de flank van het droogdal. Het diepere deel van het dal ligt naar verwachting onder de Hengstdalseweg. In veel boringen is bodemvorming aanwezig in de vorm van een B en BC-horizont, waarin diverse archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Hierbij gaat het om spikkels houtskool en roodleem, kleine fragmenten aardewerk en bouwkeramiek, een klein fragment verbrand bot en een fragment verbrande leisteen. De ouderdom van de dateerbare vondsten is breed en ligt hoofdzakelijk tussen de Romeinse tijd en de nieuwe tijd. De aanwezigheid van archeologische vindplaatsen is op basis van onderhavig onderzoek aannemelijk en zeker niet uit te sluiten. Het gaat om één of meerdere interessante potentiële archeologische niveaus.
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Aangezien de huidige plannen bestaan uit het aanleggen/vervangen van riolering, voornamelijk onder de huidige Hengstdalseweg waar al veel kabels/leidingen aanwezig zijn, wordt geadviseerd vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in de vorm van een opgraving – variant archeologisch begeleiding. Tijdens deze archeologische begeleiding worden de civiele werkzaamheden begeleidt en archeologische en bodemkundige gegevens gedocumenteerd. Een opgraving – variant archeologische begeleiding dient te worden uitgevoerd op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen.
NB. Indien de plannen nog wijzigen en grotere ingrepen (zoals aanleg riolering) gaan plaatsvinden buiten de Hengstdalseweg, bijvoorbeeld ter plekke van de Moerbeistraat, wordt geadviseerd een proefsleuvenonderzoek te laten plaatsvinden. Deze afweging en het besluit hierover dient door het bevoegd gezag te worden gemaakt. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd voordat de civieltechnische werkzaamheden plaatsvinden. Op deze wijze zal waarschijnlijk geen stagnatie van de werkzaamheden optreden.