In opdracht van Van Westreenen Adviseurs BV namens Maatschap Morren heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau augustus 2007 een bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van de bouw van een melkveebedrijf in de gemeente Kampen. Het bureauonderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantas- ting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Doel van het onderzoek was te inventariseren of de mogelijkheid bestond dat zich binnen de grenzen van het plangebied archeologische resten zouden kunnen bevinden. 1.2 Plangebied Het plangebied ligt aan een ongenummerd perceel aan het Zuideinde West, even ten noordwesten van Zuideinde (figuur 1). Het gebied staat afgebeeld op kaart- blad 27 van de topografische kaart van Nederland (schaal 1:25.000); de centrum- coördinaat is 191.350/500.025. Het perceel staat kadastraal bekend onder gemeente IJsselmuiden, sectie G, nummer 203. Ten tijde van het onderzoek was het plangebied in gebruik als grasland. 1.3 Onderzoeksopzet en richtlijnen Het onderzoek bestond uit een bureauonderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd volgens de hiervoor geldende normen en richtlijnen die zijn vastgelegd in het Handboek ROB-specificaties (Brinkkemper e.a., 1998). RAAP Archeologisch Adviesbureau en de door RAAP toegepaste procedures zijn goedgekeurd door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK), de instelling die het beheer heeft over de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en die valt onder de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodem- beheer (SIKB; http://www.sikb.nl). 2 Bureauonderzoek 2.1 Methoden Het bureauonderzoek is uitgevoerd om na te gaan of er reeds archeologische vondsten uit het plangebied geregistreerd staan en om de landschappelijke (geo- logische en bodemkundige) kenmerken alsmede de gespecificeerde archeologische verwachting te bepalen. Hiertoe zijn diverse bodemkundige historische kaarten geanalyseerd en met elkaar vergeleken. Om inzicht te krijgen in het voorkomen van archeologische vindplaatsen in of nabij het plangebied is het ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) te Amersfoort geraadpleegd en zijn archeologische onderzoeken op vergelijkbare landschappelijke zones in de ruimere nabijheid van het plangebied geanalyseerd. 2.2 Resultaten Bodem De bodem in het plangebied bestaat uit moerige podzolgronden: zavel- of kleidek met moerige tussenlaag met grondwatertrap II (Stiboka, 1990: code vWz II). Even ten noorden en noordwesten van het plangebied bevind zich een lage dekzandrug bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand met grondwatertrap VI (Stiboka, 1990: code cHn21 VI). Archeologie In ARCHIS staan geen archeologische vindplaatsen geregistreerd uit de directe omgeving van het plangebied. Op een vrijwel identieke landschappelijke eenheid als de lage dekzandrug ten noorden en noordwesten van het plangebied zijn zeer recentelijk in het kader van de aanleg van de Hanzelijn vindplaatsen uit de periode Laat Paleolithicum t/m Bronstijd aangetroffen (Hamburg en Knippenberg, 2006). Archeologische verwachting Volgens de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW; ROB, 2005) geldt voor het plangebied een lage tot middelmatige kans op het aantreffen van archeologische waarden. Op grond hiervan geldt voor het plangebied een lage tot middelmatige archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Laat Paleolithicum t/m Bronstijd.