Tijdens het veldonderzoek is gebleken dat zich twee archeologische vindplaatsen in het plan-gebied bevinden. In het westelijke gedeelte van het plangebied, ter plaatse van het reeds be-kende archeologische terrein van hoge archeologische waarde, is de bodem grotendeels ver-stoord. Echter, in twee boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen die de aanwezig-heid van de archeologische vindplaats ondersteunen. In de directe nabijheid van de gebouwen is de vindplaats waarschijnlijk verstoord.In het oostelijke gedeelte van het plangebied is tevens een vindplaats aanwezig. Deze vind-plaats ligt ter plaatse van boringen 7, 12, 13, 14, 15, 21 en 25. Deze boringen zijn vooral in het zuidelijke gedeelte van het plangebied gesitueerd. De archeologische waarden in de vorm van aardewerk, houtskool, botresten en fosfaatvlekken zijn aanwezig vanaf ongeveer 0,7 m bene-den het maaiveld. Op basis van het aangetroffen aardewerk kan de vindplaats waarschijnlijk worden gedateerd in de Late IJzertijd-Romeinse Tijd. Aangezien grind in de boringen is aange-troffen, bestaat de kans dat de vindplaats niet (meer) intact is. Het kan niet worden uitgesloten dat beide vindplaatsen bij elkaar horen. Overigens is de bodem in het overige gedeelte van het plangebied onverstoord. In alle boringen zijn stroomgordelafzet-tingen aangetroffen. De beddingafzettingen lopen op in oostelijke richting. Dit is enigszins afwij-kend van de zanddieptekaart van de provincie Gelderland waarbij het beddingzand in zuidoos-telijke richting oploopt. De hoge archeologische verwachtingswaarde kan voor het overige ge-deelte van het plangebied wel worden behouden.
Inventariserend Veldonderzoek door middel van karterende boringen