Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem bestaat uit een bouwvoor/verstoorde laag op veen dat op dekzand ligt. De top van het dekzand is veelal sterk beïnvloed door het veen. In 111 van de 349 boringen is de top van het dekzand een (deels) intacte podzolbodem aangetroffen. In de boringen en tijdens de oppervlaktekartering zijn er geen archeologische indicatoren waargenomen.Voor de gebieden met een (deels) intacte podzolbodem, in meerdere aaneengesloten boringen, wordt vervolgonderzoek in de vorm van een karterend/waarderend booronderzoek aanbevolen. Dit vervolgonderzoek geldt alleen daar waar bodemingrepen zullen plaatsvinden. Op bijlage 2 zijn de desbetreffende gebieden aangegeven. In bijlage 3 is het inrichtingsplan samengevoegd met de boorpuntenkaart, zodat snel te zien is waar de inrichtingsplannen in conflict komen met de archeologische waarden. Ook is het mogelijk planaanpassing uit te voeren, waarbij de bodemingrepen plaatsvinden in gebieden zonder bodems met archeologische potenties.Voor de rest van het plangebied wordt aanbevolen het vrij te geven.