In opdracht van Van der Weegen Bouwontwikkeling B.V. heeft BAAC een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in plangebied Prof. van Buchemlaan 4 te Tilburg, gemeente Tilburg. Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het vooronderzoek. Het gaat om gebiedsgericht onderzoek binnen een gebied waar bodemingrepen staan gepland. Door de geplande bodemingrepen dreigt eventueel aanwezige archeologische informatie verloren te gaan. Het onderzoek resulteert in een waardering van de archeologische informatie en in een selectieadvies.Het proefsleuvenonderzoek vond plaats op 16 maart 2020 en heeft alleen relatief recente sporen opgeleverd. Er zijn geen resten van een archeologische vindplaats aangetroffen en derhalve is ook geen waardering noodzakelijk.Bij gebrek aan een behoudenswaardige vindplaats is het advies om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren binnen het onderzoeksgebied.Aanleiding tot het proefsleuvenonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van onder andere een appartementencomplex en horecagelegenheid binnen het plangebied Prof. van Buchemlaan 4 te Tilburg. Voorafgaand aan de uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het plangebied gold een lage verwachting voor de steentijd en middeleeuwen-nieuwe tijd, maar wel een verwachting voor de bronstijd - vroege-middeleeuwen. Op basis van deze verwachting is voor het plangebied een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat de bodem in het plangebied, met uitzondering van een boring zwak tot zeer sterk gevlekt is (verstoord). Ten opzichte van NAP ligt de top van de intacte bodem ter plaatse van boring 6 meer dan een meter hoger in het landschap. In deze boring is vanaf 0,45 m ?mv een podzolprofiel aangetroffen. Op basis van het vooronderzoek is rondom boring 6 een attentiegebied aangegeven waarvoor het advies is uitgeven om een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren. In het overige deel van het plangebied worden op basis van het bureau- en booronderzoek geen resten verwacht en vervolgonderzoek wordt hier daarom niet noodzakelijk geacht.Tijdens het veldwerk is een proefsleuf aangelegd van 25 x 4 m. Totaal is 100 m2 opgegraven, wat een dekkingsgraad van circa 11% betekent. Het onderzoek heeft aangetoond dat de bodemopbouw in het onderzoeksgebied bestaat uit een donker grijs, geel gevlekt relatief recent geroerde/opgebrachte bovengrond met daaronder een grotendeels intact podzolprofiel. Overeenkomstig de resultaten van het eerder uitgevoerde booronderzoek gaat het om een veldpodzol dat van boven naar beneden bestaat uit een deels vergraven Ahbhorizont, met daaronder een 3 cm dik, zwak ontwikkelde EB-horizont. Deze ligt op een Bhs-horizont met daaronder een BC-horizont. Deze laatste bodemlaag is waargenomen tot in ieder geval 11,30 +NAP.Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn geen archeologisch relevante sporen aangetroffen. Wel zijn enkele relatief recente verstoringen en een mogelijke paalkuil gevonden. De verstoringen bevonden zich langs de zuidelijke putwand en vertoonden aan de onderkant sporen van een tandenbak. Hoewel de datering van de mogelijke paalkuil niet zeker is wordt op basis van de overeenkomsten in kleur en samenstelling met de verstoringen en de recent geroerde bovengrond vermoed dat het ook een vrij recente datering heeft. Er is geen vondstmateriaal aangetroffen.