Het relevante archeologische niveau in het plangebied is de top van de kleilaag. Hierin kunnen sporen
aangetroffen worden die verwant zijn aan het gebruik van het Damsterdiep (bijv. resten van meerpalen,
visfuiken, steigers), de bedijking langs het Damsterdiep (bijv. ophogings- en verstevigingslagen), de
nabijgelegen bebouwing (oliemolencomplex, boerderijen) en de landbouwgronden (bijv. sloten,
greppels en daaraan gerelateerd vondstmateriaal). In boringen 1 en 3 is een bodemopbouw
aangetroffen die vergelijkbaar is met de waargenomen bodemopbouw tijdens het
proefsleuvenonderzoek in 2018 door Antea. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat dit niveau nog
intact is (tot een diepte van 1,40 m -mv). In boringen 5 en 6 zijn tevens, tot een diepte van
respectievelijk 1,40/1, 45 m -mv, meerdere puinhoudende lagen aangetroffen. Het is niet uit te sluiten dat deze
lagen samenhangen met de brug, of het gebruik van het landschap rondom
de brug. De puinlaag in de boringen zouden ook samen kunnen hangen met het
oliemolencomplex. Na de puinhoudende lagen volgen in alle boringen de natuurlijke kleiafzettingen die
het veen en het pleistocene niveau afdekken. Deze archeologische lagen liggen, zoals verwacht een
stuk dieper. Het kan niet worden uitgesloten dat er brugresten van een voorloper van de
huidige brug aanwezig zijn.