Het brouwerijcomplex is in fasen ontstaan, waarbij elk van de vier gebouwen een eigen bouwjaar heeft. Binnenin deze gebouwen zijn er bouwsporen die duiden op enkele mutaties naderhand, maar deze zijn gering.
De ontwikkelingsgeschiedenis van het complex begint met de bouw van gebouw A rond 1850. Hierna zijn gebouw C en B rondom 1880, op de plaats waar volgens het kadaster eerder al bebouwing is geweest. Het complex wordt voltooid met de bouw van gebouw D rond 1900. Hierna blijft gebouw A vrijwel in oorspronkelijke staat. Het zal meer en meer als pakhuis gebruikt worden dan als fabrieksgebouw en heeft deze functie in zekere zin gehandhaafd. Gebouw B heeft dienst gedaan als kantoor. Gebouw C en D zijn nog diverse malen aangepast voor nieuwe indeling voor (stoom-)machine en ketels.
Het complex is vele jaren slechts voor opslag gebruikt en hierdoor in nagenoeg authentieke staat overgeleverd met een volledige inventaris van een bierbrouwerij. Dit omvat onder andere een complete eestoven, ingemetselde ketel, aandrijfwerk en zuigers.