Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek (23992.001) Rooijsestraat te Dreumel

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de verzamelde landschappelijke gegevens geldt voor het plangebied/tracé de volgende paleogeografische ontwikkelingen. Gedurende het Laat-Glaciaal en Vroeg-Holoceen lag het plangebied/tracé binnen een meandergordel, welke zich heeft ingesneden in de Pleistocene rivierterrasafzettingen (omdat het plangebied/tracé nog een ligging had stroomopwaarts van de terrassenkruising). Deze meandergordel is opgevuld/verland geraakt met een naar verwachting dik pakket komafzettingen gedurende het Vroeg- en Midden-Holoceen, tot aan het begin van de Bronstijd. Het plangebied zal een landschappelijke ligging hebben gehad in een nat/moerasachtig gebied dat regelmatig overstroomde tijdens perioden van hoogwater. Er kan tevens periodiek veenvorming hebben plaatsgevonden, tijdens perioden van beperkte sedimentatie in het gebied. Voor bewoning zal het plangebied niet geschikt zijn geweest gedurende de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Laat-Neolithicum en daarom geldt voor deze perioden een lage verwachting.

Tussen circa 2.080 tot 1360 voor Chr. (Vroege- tot Midden-Bronstijd) was de meandergordel/stroomgordel van Dreumel actief, waarvan verwacht wordt dat een tak door het centrale deel van het plangebied/tracé heeft gelopen. Deze rivier had een meer anastomoserend karakter, gekenmerkt door een smalle, diepe ri-viergeul en waarlangs ook vrij smalle oeverwallen werden gevormd. De oeverzone van deze stroomgordel, en daarmee het centrale deel van het plangebied, zal de meest gunstige ligging hebben gehad voor het ontplooien van bewoningsactiviteiten. Voor de perioden Bronstijd t/m Midden-Romeinse tijd heeft centrale deel van het plangebied/tracé een hoge verwachting en het noordelijke en zuidelijke deel van het plangebied/tracé een middelhoge verwachting. Een opgraving uitgevoerd circa 100 meter ten oosten van het zuidwestelijke deel van het plangebied/tracé heeft op het diepst aangelegde vlak geresulteerd in het aantreffen van een geul gevonden met een laag van nederzettingsafval vermoedelijk uit de Late-IJzertijd-Romeinse tijd, wat duidt op bewoningsactiviteiten binnen/direct lang de Dreumel stroomgordel.

Met het ontstaan van de huidige rivier de Waal (vanaf circa 330 na Chr., Laat-Romeinse tijd) kwam het plangebied binnen de vrij brede naastgelegen oeverwalzone te liggen. Het ontstaan van de Waal ten noorden van het gemeentegebied heeft ongetwijfeld een hoge aantrekkingskracht gehad om op de naastgelegen oeverwallen te gaan wonen. De brede oeverwal gaf de beschikking over een voldoende areaal bouwland (akkergronden) en het houden van vee, en daarmee voor de ontwikkeling van een nederzetting((s)complex). Uit reeds uitgevoerd archeologisch onderzoek is gebleken dat de bewoning op de oever van de Waal bij Dreumel minimaal teruggaat tot in de 9e - 10e eeuw na Chr. Rond 1200 na Chr. begon men met het aanleggen van dijken om zo de dorpen te beschermen tegen overstromingen, vaak eerst in de vorm van dwarsdij-ken en in latere fases parallel langs de huidige rivieren.

De ontwikkeling van de huidige dorpskern van Dreumel ging gepaard met de vorming van een zogenaamde dorpsheuvel, een bewoningsconcentratie op een natuurlijke heuvel (in dit geval een hoog deel van de oeverwalzone langs de Waal), rondom de middeleeuwse dorpskerk. Navolgend zal naar verwachting ook antropogene ophoging hebben plaatsgevonden, vergelijkbaar met de vorming van terpen/wierden. Beschikbaar historisch kaartmateriaal uit het begin van de 19e eeuw geeft aan dat de voorloper van de Rooijsestraat de oude doorgaande weg betrof, met vooral langs de noordelijke helft van het plangebied-/tracé verschillende woonerven/boerenerven gelegen binnen de zogenaamde dorpsheuvel. Voor de perioden Laat-Romeinse tijd t/m Nieuwe tijd geldt dan ook een hoge archeologische verwachting.

Het plangebied/tracé zullen waarschijnlijk meerdere keren onderhevig zijn geweest aan wegvernieuwingen/wegreconstructies en er zullen ook diverse andere infrastructurele werken hebben plaatsgevonden (denk aan aanleg van nutsvoorzieningen, kabels en leidingen, riolering). Dit zal gepaard zijn gegaan met bodemverstorende ingrepen. Opgevraagde gegevens vanuit het KLIC (Kabels en Leidingen Informatie Centrum), ten behoeve van het door Econsultancy uitgevoerde milieukundig bodemonderzoek, laten zien dat vooral langs beide straatzijden van de Rooijsestraat veel kabels en leidingen liggen (gas, electra, water, glasvezel), maar ook dat er langs het gehele tracé dwarsverbindingen liggen. Vrij centraal, langs de lengteas van het onderzochte deel van wegtracé van de Rooijsestraat ligt een gemengd rioolstelsel, voor een groot deel een enkel riooltracé en in het zuidwestelijke deel, vanaf de kruising met de Hienkershoff/De Paulus tot aan de Nieuwstraat, twee riooltracés. Binnen het plangebied/tracé moeten dan ook al omvangrijke bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd tot dieptes van 1 m -mv (telefoonkabels/glasvezel, elektra, gas en water) tot wel 2 m -mv (riolering).

Conclusie Het bureauonderzoek toont aan, voornamelijk op basis van de paleogeografische/landschappelijke ontwikkeling en reeds aangetroffen archeologische waarden in de directe omgeving, dat er in het plangebied/tracé archeologische resten kunnen worden verwacht daterend vanaf in principe de Bronstijd. Gegevens uit het KLIC laten zien dat er al vele nutsvoorzieningen zijn aangelegd, waardoor er binnen het plangebied/tracé al omvangrijke bodemverstorende ingrepen moeten zijn uitgevoerd tot dieptes van 1 m -mv (telefoonkabels/glasvezel, elektra, gas en water) tot wel 2 m -mv (riolering). De daadwerkelijk geplande bodemingreep betreft het verwijderen van het bestaande gemengde riool ter vervanging van een vuilwaterriool met een direct naastgelegen hemelwaterriool (IT-riool). Graafwerkzaamheden zullen hier merendeels, zo niet geheel plaatsvinden in reeds geroerde grond dan wel deels aangebrachte stabilisatielagen (stabilisatie-zand/opvulzand). De verwachting is dan ook dat de geplande herinrichting/infrastructurele werken niet zal leiden tot aantasting van archeologische waarden.

Advies Ten aanzien van de geplande herinrichting/infrastructurele werken wordt dan ook geadviseerd om geen aanvullend archeologisch onderzoek/vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Mochten er in de toekomst omvangrijke en diepgaande bodemingrepen moeten worden uitgevoerd (met ingrepen die dieper zullen reiken dan waarop de bestaande nutsvoorzieningen liggen), geldt wel het advies voor een aanvullend archeologisch onderzoek/vervolgonderzoek (hierbij kan gedacht worden aan een inventariserend veldonderzoek (karterende boringen) of de graafwerkzaamheden archeologisch te laten begeleiden (opgraving – variant archeologische begeleiding).

Reactie namens de bevoegd overheid Namens gemeente West Maas en Waal is de regioarcheoloog Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies van dit onderzoek. Het besluit is genomen de aanbevelingen uit het rapport (het selectieadvies) in zijn geheel over te nemen. Ten aanzien van archeologie zijn er derhalve geen belemmeringen meer voor de uitvoering van de voorgenomen plannen. De meldingsplicht archeologische toevalsvondst (art. 5.10 Erfgoedwet) en het doen van waarnemingen (art. 5.11 Erfgoedwet) blijven echter te allen tijde van kracht.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/JQSA6B
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/JQSA6B
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2024
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 15744558
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem