Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende en karterende fase Hazelaarweg 11 , Wijchen gemeente Wijchen (GD)

DOI

Laagland Archeologie heeft in maart 2020 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende en karterende fase uitgevoerd aan de Hazelaarweg 11 te Wijchen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom het realiseren van drie woningen.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Landschappelijk gezien ligt het plangebied in een Laat-Glaciaal rivierduinencomplex. Onder deze afzettingen bevindt zich waarschijnlijk het Wijchen Laagpakket, een zandige en zeer stugge rivierklei die net daarvoor in een warmere periode in het Laat-Glaciaal in een riviervlakte is afgezet. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is onbekend wat het (oorspronkelijke) bodemtype is binnen het plangebied. Het meest waarschijnlijk is dat het om hoge bruine enkeerdgronden, loopodzolgronden of duinvaaggronden bestaande uit grof zand gaat. Als het hoge bruine enkeerdgronden of loopodzolgronden zijn, zijn eventuele archeologische vindplaatsen vanaf het Laat-Paleolithicum tot Late Middeleeuwen mogelijk goed geconserveerd door de aanwezigheid van een esdek. Bekend is dat er al in de Bronstijd plaatselijk verstuivingen hebben plaatsgevonden in het rivierduinencomplex van Wijchen, waardoor eventuele vindplaatsen ook afgedekt kunnen zijn door zandverstuivingen. Als een dergelijke verstuiving al voor de Late Middeleeuwen heeft plaatsgevonden, kan het zandverstuivingspakket weer afgedekt zijn met een plaggendek. Het bodemtype bij recentere zandverstuivingen is doorgaans een duinvaaggrond. Deze kunnen ook van oorsprong voorkomen binnen het plangebied. Het is onbekend of er verstoring van het bodemprofiel heeft plaatsgevonden binnen het plangebied.In de omgeving van het plangebied zijn een aanzienlijk aantal archeologische vindplaatsen en vondsten geregistreerd. Het betreft met name vondsten vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd.In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het plangebied omschreven als bouwland. Het plangebied is afgezien van enkele bijgebouwen aldoor onbebouwd geweest. Het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting voor alle perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Omdat het een rivierduinencomplex uit het Laat-Glaciaal betreft, waarin plaatselijk ook in vroegere perioden dan de Late Middeleeuwen zandverstuivingen zijn ontstaan, kan er sprake zijn van een gestapeld landschap. Het verwachtingsmodel is getoetst en aangevuld door middel van verkennend booronderzoek en karterend booronderzoek.Het verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Het karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen.Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems). Er is plaatselijk een voormalige Samenvattingnatte laagte in rivierduinzanden aangetroffen in boring 2. Het terrein is ergens voor de Late Middeleeuwen genivelleerd en de laagte is opgevuld met stuifzanden. Er is in de meeste boringen een oude cultuurlaag aangetroffen als subhorizont in een dikke minerale eerdlaag, die oude bouwlanden (bruine enkeerdgronden) representeert. Vanwege de aanwezigheid van opspitvondsten uit waarschijnlijk de Middeleeuwen en handgevormd aardewerk in de oude cultuurlaag zijn mogelijk vindplaatsen aanwezig uit het Neolithicum tot Late Middeleeuwen.Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Wijchen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw Ester van der Linden.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-XU4-6D6S
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-XU4-6D6S
Provenance
Creator J.H.M. de Raad
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor J.H.M. Raad, de; Laagland Archeologie
Publication Year 2020
Rights CC0-1.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
OpenAccess true
Contact J.H.M. Raad, de (Gemeente Nijmegen)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 3640719; 8580; 8514; 1186; 4499
Version 1.0
Discipline Ancient Cultures; Archaeology; Humanities