Fase 2 (boringen 8 t/m 13) Uit de resultaten van deze boringen is gebleken dat de bovengenoemde wierdelaag en schone ophogingslaag zich ook uitstrekken tot in de rest van het plangebied. In alle boringen van fase 2 is een archeologische laag aangetroffen, op een diepte tussen 0,15 en 0,45 m –Mv (1,56 en 0,98 m NAP, in boringen 10 en 13 is de bodem, en daarmee de top van de wierdelaag, verstoord tot respectievelijk 0,65 en 0,9 m –Mv (0,42 en 1,73 m NAP)). De dikte van het totale archeologische pakket (wierdelaag en schone ophogingslaag) varieert tussen 0,33 (in boring 10, gelegen aan de zuidzijde van het plangebied) en 1,13 m (in boring 12, in het centrale deel van het plangebied).