Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Fort Vreeswijk 4 te Nieuwegein, gemeente Nieuwegein (UT) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Fort Vreeswijk 4 te Nieuwegein, gemeente Nieuwegein (UT)

DOI

Laagland Archeologie heeft in juni-juli 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Fort Vreeswijk 4 te Nieuwegein. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom een grondige renovatie met mogelijk fundatieherstelwerkzaamheden van de Artillerie loods op Fort Vreeswijk.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Vanwege de grote diepte van beddingafzettingen van de aanwezige de Benschapsysteem/Tienhoven-stroomgordel (tenminste 7,00 m -mv) uit de periode Laat-Mesolithicum tot Midden-Neolithicum zijn deze afzettingen en daarbij behorende archeologische verwachting weinig relevant voor het huidige project. Omdat het terrein in de periode tot de Vroege Middeleeuwen te nat was (overgroeid met veen) is de archeologische verwachting laag voor Laat-Neolithicum tot de Romeinse Tijd. Vanaf de Vroege Middeleeuwen is de archeologische verwachting middelhoog, het toenmalige bewoningscentrum lag waarschijnlijk ten zuiden van Vreeswijk. De archeologische verwachting is hoog vanaf de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd. Vanaf ongeveer de 11e eeuw werd het gebied vanaf de Lek ontgonnen. Later vanaf de Late Middeleeuwen lag het plangebied nabij versterkingen en/of maakte er deel vanuit. Het plangebied lag, volgens een in 1830 op basis van oude tekeningen uit 1588 opgetekende kaart, buiten de toenmalige fortificaties (ten oosten van deze fortificaties). Omdat het echter om een reconstructie gaat is dat ook niet helemaal zeker. Het huidige fort is rond 1786 ontstaan, maar wordt niet op alle latere historische kaarten aangegeven. Het lijkt erop dat sommige kaarten liegen.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Algemeen zijn er ophogingen en/of opvullingen behorend tot het wallichaam, op oeverafzettingen aangetroffen. Het opgebrachte pakket /opvullingen bestaat uit meerdere lagen. Afgezien van de bovenste lagen tot 30 à 70 cm (1,51 tot 1,82 m +NAP), waarin subrecente tot recente bijmengingen zijn aangetroffen, maken deze ophogingen/opvullingen deel uit van een archeologisch ensemble. Bij dit ensemble gaat het om het huidige fort Vreeswijk. Maar voorgangers van dit verdedigingswerk of andere resten uit perioden van voor de aanleg van het fort, kunnen niet worden uitgesloten. Waarschijnlijk zijn in alle boringen die tot de gewenste diepte konden doorgezet, greppelvullingen aangetroffen. Deze hebben ruimtelijk gezien een behoorlijk heterogene samenstelling. De greppelvullingen dateren heel waarschijnlijk uit een periode van voor het ontstaan van het huidige fort.Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Het gaat namelijk bij de voorziene bodemingrepen om een grondige renovatie van het huidige pand (funderingsherstelwerkzaamheden). Funderingsbalken worden op 50 à 60 cm -mv (1,70 m +NAP) aangelegd, waarbij de funderingsbalken op stalen buispalen worden gelegd. Gezien de stabiliteit van het gebouw en de veiligheid adviseren we een overleg met de gemeentelijk archeoloog op het moment dat er nadere details omtrent de funderingsherstelwerkzaamheden bekend zijn. Op basis van die werkzaamheden kan worden besloten of en zo ja wat de meest voor de hand liggende onderzoeksstrategie is. Een voor de hand liggende onderzoeksstrategie is een Definitieve Opgraving (DO, variant archeologische begeleiding), waarbij de stabiliteit van het pand gewaarborgd dient te worden. Het onderzoek zal daarbij conform Protocol 4004, versie KNA 4.2 (Opgraving, variant archeologische begeleiding) moeten worden uitgevoerd.De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).Voor de eventueel toe te passen paalfunderingen wordt geadviseerd om een archeologievriendelijk bouwplan op te stellen voor het behoud van de diepere archeologische niveaus (Bijlage 14). De verstoring die met het aanbrengen van dergelijke funderingen gepaard gaat is minimaal en zullen naar verwachting niet leiden tot ernstige aantasting van een eventuele vindplaats.De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Nieuwegein, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw C.Y. Burnier.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/AGCTAB
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/AGCTAB
Provenance
Creator E.W. Brouwer
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Functioneel Applicatiebeheer GBO; Laagland Archeologie BV
Publication Year 2025
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Functioneel Applicatiebeheer GBO (BIJ12)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf; application/gml+xml; application/octet-stream; application/zip
Size 11920; 7466; 6235921; 7352; 215163; 3706889; 375258; 62081; 10034; 12441; 4128; 3882; 1615; 3883; 305739; 6690; 4393; 49822; 115685; 306555; 2904
Version 1.0
Discipline Humanities