In opdracht van de gemeente Leudal heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in februari 2010een archeologische begeleiding uitgevoerd in verband met het graven van een regenwaterbuffer teHunsel in de gemeente Leudal. Naar aanleiding van de resultaten van de archeologischebegeleiding is een selectieadvies geformuleerd ten aanzien van vervolgonderzoek. Dit selectieadviesis door het bevoegd gezag, de gemeente Leudal, overgenomen in een selectiebesluit dat voorzag in de opgraving van de aangetroffen behoudenswaardige vindplaats langs de Jacobusstraat te Hunsel.Het plangebied ligt in een oude stroomgeul van de Maas, waarin de Uffelse Beek vanaf het Holoceen(11.500 jaar geleden tot heden) haar dalbodem heeft gevormd. De hogere gronden aanweers zijden van dit dal bestaan uit met dekzand bedekte Maasterrassen. Het onderzoeksgebiedbevindt zich op de overgang van de natte beekdalvlakte naar een hoger gelegen terras dat metdek zand is bedekt. Het onderzoek ter hoogte van de regenwaterbuffer te Hunsel was zeer beperktvan omvang. De meeste sporen die tijdens de opgraving zijn aangetroffen, dateren uit de overgangsperiodevan de Vroege naar de Late Middeleeuwen, maar van enkele sporen (met name degreppels) loopt de gebruiksduur door tot in de Nieuwe tijd. Ten gevolge van de kleinschaligheidvan de opgraving (geringe omvang) waren geen duidelijke plattegronden te herkennen. De aangetroffenbewoningssporen bestaan hoofdzakelijk uit paalkuilen, kuilen en greppels uit de Vroege(D) en Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Waarschijnlijk betreft het de resten van twee boerenervenuit de Vroege Middeleeuwen D/Late Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd. De middeleeuwse nederzettingssporenconcentreren zich voornamelijk in het zuidelijke deel van het plangebied en deaangetroffen paalsporen behoren vermoedelijk tot een bootvormig huis van het zogenaamde typeDommelen. Dit is voor Zuid-Nederland en noordelijk België een kenmerkend gebouwtype dat gedurendede periode 900-1300 in gebruik was.Tijdens de daaropvolgende nederzettingsfase (overgangsperiode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd)lijkt de kern van bewoning noordwaarts te verschuiven. Mogelijk werd dit veroorzaakt door eenvernatting van het gebied. Een mogelijke verklaring voor deze vernatting kan gevonden worden inde middeleeuwse ontginningspolitiek. Door een sterke intensivering van het landgebruik (beakkkering)ontstond een open landschap. Hierdoor kregen de beken en rivieren meer sedimentlast teverwerken, waardoor in welbepaalde benedenstroomse gebieden, voornamelijk bij versmal lingenin het beekdal zoals ter hoogte van het plangebied, een vernatting optrad van de omliggendegronden. Opmerkelijk is dat beide vindplaatsen in de onmiddellijke nabijheid van een laat-middeleeuwsemeander van de Uffelse Beek zijn opgetrokken. Beide vindplaatsen bevinden zich preciesop de overgang van de droge zandgronden in het oosten van het plangebied naar de natte beekdalgrondenin het westen van het plangebied. De watervoorziening en afwatering van beide ervenwerd verzorgd door een stelsel van greppels die waren aangesloten op de Uffelse Beek.
Date: 2010-02-17
Date Submitted: 2012-10-17