De aanleiding voor het hier gerapporteerde onderzoek is de voorgenomen bouw van één woning. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de HSRO bv. Tijdens het vooronderzoek is vastgesteld dat er een hoge verwachting is voor het aantreffen van archeologische resten vanaf de Romeinse tijd tot en met de nieuwe tijd, met het accent op de vroege en late middeleeuwen.Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde verwachting (zie hoofdstuk 2), die gebaseerd is op het bureau- en booronderzoek. Dit omvat het vaststellen van de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden.Het onderzoek aan de Dreef 34 te Haaften is op 06-11-2009 uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals vastgelegd in het Programma van Eisen (PvE) dat is opgesteld door drs. H. Kremer. Er is afgeweken van de in het Plan van Eisen voorgestelde strategie. Vanwege de aanwezigheid van bomen en de ruimte nodig voor de stort zijn beide werkputten verplaatst en is werkput 1 ingekort. De nieuwe locaties zijn ingemeten door de landmeter.Tijdens het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat binnen het plangebied naast grote verstoringen een intacte stratigrafie aanwezig is, gerelateerd aan de oude woongrond. Uit het vondstmateriaal blijkt dat het begin van de ophoging moet worden geplaatst vanaf de 14e eeuw. Naast de stratigrafie van de oude woongrond zijn twee kuilen en een aantal baksteenconcentraties aangetroffen. Vanwege de geringe oppervlakte, het ontbreken van structuren en de grote verstoringen in het plangebied zijn de aangetroffen archeologische resten als niet behoudenswaardig geclassificeerd. Op grond van deze resultaten wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen.