Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Lith - Lithse Ham, Gemeente Oss (NB).

DOI

In mei 2015 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in plangebied Lithse Ham nabij Lith. De aanleiding voor het onderzoek bestaat uit een bestemmingsplanwijziging. Het plan is graafwerkzaamheden uit te voeren om de doorstroming van de Maas bij hoogwater te verbeteren. Bij deze werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: 1. Op grond van het bureauonderzoek is vastgesteld dat voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Late IJzertijd – Romeinse tijd. Deze verwachting is daarbij gebaseerd is op de ligging op een oeverwal op kronkelwaardafzettingen in een binnenbocht van de Maas. Bij baggerwerkzaamheden rond het plangebied is een Laat-Romeinse versterking aangetroffen, opgebouwd uit hergebruikte steen van een tempelcomplex uit de Late IJzertijd en Romeinse tijd. In combinatie met grote hoeveelheden waarnemingen in de zeefinstallaties wijst dit op een belangrijke nederzetting uit deze periode. Tevens zijn vondsten verzameld uit de periode voorafgaand aan de Late IJzertijd en uit de Middeleeuwen. De mogelijke context hiervan is niet bekend. 2. Op basis van historisch kaartmateriaal is vastgesteld dat deelgebied 1 altijd onbebouwd is geweest en in gebruik is geweest als grasland. Ter plaatse van deelgebied 2 ligt in 1872 een weg en bestaat het landgebruik uit akker. Direct ten westen van deelgebied ligt bebouwing op een terpachtige hoogte. In de 1949 lijkt zowel bebouwing als terp plaats te hebben gemaakt voor meerdere, grotere gebouwen. In 1958 zijn zowel bebouwing als weg verdwenen. 3. Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw is de omgeving van het plangebied grotendeels afgegraven voor de zandwinning. Het plangebied ligt op een schiereiland in het midden van een zandwinningsplas. Het is onbekend of het schiereiland is overgebleven na de baggerwerkzaamheden of later (deels) is opgeworpen. Op grond van de geomorfologische kaart (bijlage 1) en de bodemkaart (bijlage 2) is deelgebied 2 mogelijk opgebracht. Op de hoogtekaart (bijlage 3) zijn er aanwijzingen dat het schiereiland deels is opgehoogd. Volgens eerder uitgevoerd bureauonderzoek (Heeren & Van der Gauw, 2009; zie hoofdstuk 7) en volgens voormalige provinciaal archeoloog Dr. W.J.H. Verwers en amateur-archeoloog dhr. G. van Alphen zijn er echter aanwijzingen dat het schiereiland intact is gebleven. 4. Uit het veldonderzoek is gebleken dat de oeverwalafzettingen ter plaatse van deelgebied 1 nog deels intact zijn. In dit pakket zijn op wisselende hoogtes verschillende humeuze intervallen onderscheiden die wijzen op oude begraven oppervlaktes. De diepte van deze lagen varieert tussen het huidige maaiveld en 290 cm –mv (4,2 tot 1,9 m +NAP). Ter plaatse van boring 1 zijn in het onderste humeuze pakket (175-205 cm –mv; 2,45-2,15 m +NAP) brokjes houtskool en een kiezel aangetroffen. Richting het oosten is het oeverpakket echter in toenemende mate afgegraven tot een maximale diepte van ongeveer 365 cm –mv ter plaatse van boring 5 (1,35 m +NAP). Het maaiveld is hier weer aangevuld met materiaal dat waarschijnlijk afkomstig is uit de zandwinningsplas. De top van de kronkelwaardafzettingen is nog geheel intact en daalt richting het oosten van 205 naar 410 cm –mv (2,45 m +NAP naar 0,9 m +NAP). 5. Ter plaatse van deelgebied 2 zijn de oorspronkelijke oeverwalafzettingen compleet afgegraven (160 tot 255 cm –mv; 2,9 tot 1,95 m +NAP) en aangevuld met materiaal dat waarschijnlijk afkomstig is uit de zandwinningsplas. De top van de kronkelwaardafzettingen met eventueel oorspronkelijk aanwezige archeologische resten is hier echter waarschijnlijk verdwenen. Concluderend geldt een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen uit de periode Late IJzertijd – Romeinse tijd ter plaatse van de intacte oeverwalafzettingen (voornamelijk westelijk deel deelgebied 1). Daar waar de top van de kronkelwaardafzettingen intact is deze verwachting middelhoog (geheel deelgebied 1). Ter plaatse van het opgebrachte pakket is deze verwachting laag (voornamelijk oostelijk deel deelgebied 1 en geheel deelgebied 2). Daar staat tegenover dat de waarde van eventuele artefacten hier hoog is, zelfs gezien het ontbreken van een archeologische context.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-XVC-25Q9
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-XVC-25Q9
Provenance
Creator D.L. de Ruiter
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor M.J. Hartog
Publication Year 2019
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact M.J. Hartog
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 11031613; 8533; 8287; 1049; 4887
Version 1.0
Discipline Humanities