Eindrapportage archeologisch verkennend booronderzoek (19255.007) Chopinstraat 3 t m 29 te Groesbeek

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van het in augustus 2022 uitgevoerde bureauonderzoek blijkt dat er zich in het plangebied mogelijk archeologische waarden kunnen bevinden. Voor de archeologische perioden Paleolithicum en Mesolithicum heeft het plangebied een middelhoge verwachting gekregen, voor de perioden Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd een hoge verwachting. Daarnaast is de kans op het aantreffen van sporen uit de Tweede Wereldoorlog hoog. Het plangebied ligt op een flank van een stuwwal/op een naar het zuiden/zuidwesten toe georiënteerde stuwwalhelling wat, als hoger gelegen gebied, een gunstige ligging had voor tijdelijke bewoning in het Paleolithicum en Mesolithicum. Daarnaast heeft de beek De Groesbeek op circa 400 meter ten zuiden van het plangebied gelopen. Er zijn echter in de omgeving van het plangebied geen aanwijzingen in de vorm van archeologische vondsten en sporen aangetroffen, welke erop wijzen dat in deze perioden daadwerkelijk mensen rond het plangebied (tijdelijk) hebben gewoond. Ook voor Landbouwers (vanaf het Neolithicum) vormde het plangebied een gunstige locatie voor permanente bewoning. De verwachte leem-rijke en daardoor vruchtbare bodems vormde geschikte akkergronden. Ook door de aanwezigheid van drinkwater van de beek De Groesbeek op loopafstand vormde het plangebied een aantrekkelijke vestigingsplaats in het Neolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen. Dit blijkt ook uit de archeologische vondsten die in de omgeving van het plangebied zijn gedaan. Uit deze perioden zijn namelijk meerdere vondsten bekend. Historisch gebruik laat zien dat het plangebied tot de oude bouwlandgronden heeft behoort en dat er plaggen-bemesting heeft plaatsgevonden. De eerste schriftelijke vermelding van Groesbeek stamt uit de 11e eeuw. Daarnaast zijn archeologische indicatoren aangetroffen uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Geadviseerd is een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten een duidelijk verstoorde bodemopbouw zien binnen (de onbebouwde delen van) het plangebied. Het merendeel van de boringen laten tot een gemiddelde diepte van circa 115 cm -mv een opbouw zien van cunet-/bouwzand en verder vooral geroerde/verstoorde lagen grond. De onverstoorde bodemopbouw betreft met een scherpe overgang direct het oorspronkelijk moedermateriaal, inde vorm van gestuwde afzettingen (C-horizont). Alleen bij twee boringen is een merendeels intacte bodemopbouw aantroffen, in de vorm van een restant van een plaggendek (Aa-horizont) en hier onder een verwerings-/verbruinings-Bws-horizont en een navolgende overgangs-BC-horizont van de van nature gevormde vorstvaaggrond/holtpodzolbodem. Ten tijde van agrarisch gebruik van het terrein was waarschijnlijk sprake van een hoge enkeerdgrond. Deze twee boringen vormen echter geen aaneengesloten terreindeel van enige omvang waar nog sprake is van een deels intacte bodemopbouw.

Vergelijking van verstoringsdieptes met de twee op afstand van elkaar gelegen boringen waar nog een deels intacte oorspronkelijke bodemopbouw is aangetroffen (waarschijnlijk lokale terreindelen waar geen diepgaande vergravingen hebben plaatsgevonden), laat zien dat dat reeds uitgevoerde verstoringen/vergravingen reiken tot in de oorspronkelijke top van de C-horizont/ tot minimaal enkele decimeters in de oorspronkelijke top van de C-horizont. Er zijn daarmee geen duidelijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van terreindelen van enige omvang binnen het plangebied waar het archeologisch potentiële sporenniveau nog (deels) intact aanwezig zal zijn.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek geen aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van terreindelen van enige omvang waar nog sprake is van een deels/merendeels intacte bodemopbouw en waar dus nog restanten van een eventueel aanwezige archeologische vindplaats kunnen worden verwacht. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een (middel)hoge verwachting gold voor de perioden vanaf het Laat-Paleolithicum, kan dan ook worden bijgesteld naar een lage verwachting.

Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Binnen het merendeel van de oppervlakte van het (onbebouwde deel van het) plangebied is sprake van een sterk verstoorde bodemopbouw, waar het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau al reeds volledig lijkt te zijn verstoord/vergraven. Er zijn verder geen terreindelen van enige omvang aan te wijzen waar nog sprake is van een deels/merendeels intacte bodemopbouw en waar mogelijk nog archeologische resten en/of sporen kunnen worden verwacht.

Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Berg en Dal, en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door mevrouw E.K. Mietes, regioarcheoloog regio Nijmegen, d.d. 13 september 2023). Met bovenstaand advies wordt ingestemd.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten er tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/PFC2LC
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/PFC2LC
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2023
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 4265355
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem