Gespecificeerde archeologische verwachting
Op basis van het archeologisch bureauonderzoek geldt voor het plangebied in het algemeen een middelhoge verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m de Vroege-Middeleeuwen. Deze verwachting is vooral gebaseerd op de ligging van het plangebied binnen een droogdal in het Zuid-Veluwse stuwwallenlandschap. Voor Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) had het plangebied een gunstige ligging als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen), zeker wanneer het droogdal nog actief watervoerend was (beekdal). Daarna vormde voor Landbouwers de droge dalen en de vanuit de droge dalen afgezette hellingsafspoelingen (daluitspoelingswaaiers) geschikte locaties voor permanente bewoning. De van nature voldoende gedraineerde en vruchtbare gronden van sneeuwsmeltwaterafzettingen/gestuwde afzettingen waren geschikt voor gebruik als akkerland. Meest van belang is dat voor het plangebied specifiek een zeer hoge verwachting geldt voor de perioden Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd, vanwege de ligging binnen het terrein van het voormalige kartuizerklooster Monnikenhuizen, welke in de periode van de 14e-17e eeuw heeft bestaan. De locatie van het kloosterterrein is tevens aangewezen als AMK-terrein van hoge archeologische waarde en er zijn tijdens verschillende gravende (soms kleinschalige) onderzoeken al veel restanten van het klooster aangetroffen. Aangetroffen structuren betreffen restanten van muur-werk/funderingen, een water-/beerput, puinlagen en ook verschillende grafkelders. Onderhavig plangebied/het reeds gerealiseerde kabeltracé kan dergelijke structuren ook oversnijden, welke tot grotere diepte kunnen doorlopen. Tot 1 meter minus huidige maaiveld zullen archeologische resten al verstoord/vergraven zijn, ten gevolgde van het reeds gerealiseerde kabeltracé.
Resultaten inventariserend veldonderzoek
De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten tot gemiddeld 90 cm -mv een bodemopbouw zien bestaande uit een vrij dik pakket humeus, grindig zand, vermengd in meer of mindere mate met antropogene resten. Er heeft een vrij intensieve bodembewerking plaatsgevonden (logischerwijs ten gevolge van de aanleg van het kabeltracé, maar waarschijnlijk ook al tijdens de periode dat het plangebied deel uitmaakt van een perceel akkerland). De twee zuidelijk gezette boringen laten nog een gebioturbeerde overgangslaag zien, anders vindt vrij direct de overgang plaatst naar de C-horizont. In de b-werkte humeuze laag zijn veel fragmenten grofkeramisch bouwmateriaal aangetroffen (resten/brokken handgevormde rode baksteen, kalkzandmortel en daklei), naast fragmenten metaalslak, welke ook zeker uit de Late-Middeleeuwen kunnen dateren. Zeer waarschijnlijk betreffen het afvalresten/betreft het sloopafval van de voormalige kloosterbebouwing, alhoewel het opgeboorde materiaal geen diagnostisch vondstmateriaal met een nauwkeurigere datering heeft niet opgeleverd. Verder is van belang dat boring 4 is geschampt is een massieve verharding. Wellicht betreft het een restant betreft van ondergrondse delen van de voormalige kloosterbebouwing (muurwerk/funderingsresten)? Alleen in het meest noordelijke deel van het reeds gerealiseerde kabeltracé (direct ten noorden en waarschijnlijk ter plaatse van de cabins) is de bodem ontgraven tot minimaal aan dan wel in de top van de C-horizont (naast het reeds aangelegde kabeltracé hebben hier ook vergravingen plaatsgevonden ten behoeve van de bouw van direct naastgelegen cabins).
Conclusie
Op basis van de aangetroffen bodemopbouw, het vondstmateriaal en resultaten van eerder uitgevoerd onderzoek gericht op het voormalige kloosterterrein Monnikenhuizen, wordt geconcludeerd dat er binnen het plangebied/reeds gerealiseerde kabeltracé losse resten van vermoedelijk de voormalige kloosterbebouwing aanwezig zijn en dat onder het verstoringsniveau van het reeds gerealiseerde kabeltracé (onder circa 90 cm -mv) nog resten/ondergrondse restanten van voormalige kloosterbebouwing kunnen worden verwacht. Archeologische sporen/structuren gerelateerd aan het klooster kunnen zeker nog intact onder de bewerkte humeuze laag worden aangetroffen en dieper doorlopen. De zeer hoge verwachting voor de periode Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd wordt in ieder geval bevestigd. Het monument is dus binnen het plangebied/kabeltracé verstoord tot circa 90 cm -mv, maar hieronder kunnen nog wel archeologische waarden worden verwacht.
Het plangebied ligt binnen een wettelijk beschermd terrein, waarbinnen geen enkele toekomstige bodemingreep is toegestaan zonder een monumentenvergunning.