In de periode juli - augustus 2024 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Strijpsestraat 196D (gemeente Eindhoven).
Aanleiding hiertoe betreft de gedeeltelijke sloop van de huidige bebouwing ten behoeve van de bouw van een woning en de aanleg van riolering met waterberging. De huidige parkeerplaatsen blijven behouden. De diepte van de toekomstige bodemverstoring ten behoeve van de nieuwbouw zal tot 0,43 meter -peil reiken. De diepte van de toekomstige bodemverstoring ten behoeve van de waterberging zal tot circa 1,43 meter beneden maaiveld reiken.
De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Eindhoven (2022) deels in de zone Categorie 3 (Terrein van archeologische waarde) en deels in de zone Categorie 4 (Hoge archeologische verwachting: Historische kern). Voor Categorie 3 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 50 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 cm -mv. Voor Categorie 4 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 cm -mv.
Op de kaart fysisch landschap ligt het plangebied op een dekzandrug. Vanwege de ligging ver van een waterbron zal het geen geschikte nederzettingslocatie zijn geweest voor jager-verzamelaarsgroepen. Om deze redenen wordt een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum.
De ligging van het plangebied aan de rand van een hoge dekzandrug ver verwijderd van een waterbron zal ook voor latere landbouwende samenlevingen een minder aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. Ten noorden is een vuurstenen kling gevonden uit het neolithicum. Voor het plangebied geldt een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen.
Het plangebied ligt aan de Strijpsestraat. Deze straat vormde de hoofdstraat van de historische kern van Strijp en de verbinding tussen Eindhoven en het gehucht Oerle. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied tot circa 1938 onbebouwd was en in gebruik is als bouwland. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd.
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de in het bureauonderzoek omschreven verwachte hoge zwarte enkeerdgronden in het plangebied niet (meer) aanwezig zijn. De bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-bodemprofiel. De overgangen naar de natuurlijke ondergrond is scherp. Op basis van deze gegevens is de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (laat-paleolithicum – mesolithicum) bijgesteld naar laag. Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden en blijft de middelhoge verwachting voor de periode neolithicum – nieuwe tijd gehandhaafd.
Er is echter sprake van geringe toekomstige ingrepen in een grotendeels verstoorde zone (totale oppervlakte binnenplaats is 165 m2). De nieuw te verstoren oppervlakte ten behoeve van de nieuwbouw buiten de huidige bebouwing is met circa 25 m2 erg gering. Voor deze zone wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd indien de toekomstige verstoringsdiepten niet dieper dan 1,0 meter -mv zal reiken. Dit is op basis van de aangeleverde gegevens ook niet aan de orde.
Voor de zone van de waterberging (oppervlakte 10,6 m2) geldt dat ook hierbij sprake is van een geringe ingrepen en die bovendien binnen een zone ligt waar in het verleden reeds verstoring is opgetreden als gevolg van het voormalige zwembad (naar verwachting minimaal 1,7 – 2,0 meter -mv).
Op basis hiervan wordt voor het plangebied géén vervolgonderzoek geadviseerd. Indien archeologische resten worden aangetroffen, dan zal de kenniswinst minimaal zijn.
De resultaten van dit onderzoek dienen nogmaals getoetst te worden door de bevoegde overheid (Gemeente Eindhoven), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.
Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.
Dit rapport is in mei 2025 verstuurd naar de opdrachtgever om het ter goedkeuring voor te leggen aan de bevoegde overheid na een beoordeling van het bevoegde overheid (gemeente Eindhoven). Hier is nooit een reactie op ontvangen. Aangezien de tweejaarstermijn is verstreken, is besloten om dit rapport in Archis te uploaden zonder het selectiebesluit toe te voegen.