Laagland Archeologie heeft in maart 2024 een Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Kloosterweg 21 te Hartwerd. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van een nieuwe schuur en de aanleg van een nieuwe sloot en het aanplanten van een aantal bomen.In een eerder stadium is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. In haar selectiebesluit heeft de gemeente aangegeven dat verkennende (karterende) boringen nodig zijn omdat verdronken terpen en nederzettingen verwacht kunnen worden (middelhoge trefkans).In dit rapport wordt het betreffende booronderzoek beschreven. Dit onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4003. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Bij het verkennend booronderzoek is een bouwvoor van circa 40 cm aangetroffen. Daaronder liggen tot circa 110 cm -mv zwak siltige kleiafzettingen. Vanaf circa 110 cm komen uiterst siltige kleilagen voor met veel dunne zandbandjes. Deze lagen zijn geïnterpreteerd als kwelderafzettingen. In enkele boringen zijn op wisselende diepten vegetatielaagjes gezien. Archeologisch relevantie indicatoren of lagen zijn niet aangetroffen.Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren voor de bouw van de nieuwe schuur en de aanleg van de nieuwe sloot en bomenrij. Mochten in de toekomst elders in het plangebied ontwikkelingen plaatsvinden dan is daarvoor opnieuw verkennend booronderzoek benodigd.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Súdwest Fryslân. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevr. Y. Boonstra.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).?