Archeologisch onderzoek persleiding Uithuizen-Uithuizermeeden Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen en proefsleuf

DOI

Grontmij Nederland B.V. heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het tracé van de toekomstige persleiding Uithuizen- Uithuizermeeden. Het onderzoek heeft bestaan uit een bureaustudie, het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O), een proefsleuvenonderzoek en de rapportage hierover.Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied twee kwelderwallen doorsnijdt. Deze relatief hooggelegen gebiedsdelen werden in het verleden gezien als gunstige locaties voor bewoning. Het plangebied lag lange tijd binnen de invloedssfeer van de zee. Er kunnen archeologische resten verwacht worden die dateren vanaf de Middeleeuwen. De mogelijke aanwezigheid van een steenhuis kan niet worden uitgesloten. Langs het tracé hebben een omgrachte boerderij en een arbeidershuisje gestaan. Ook hiervan kunnen resten worden aangetroffen. Het arbeidershuisje behoorde bij de zuidelijker gelegen boerderij en is archeologisch gezien van weinig waarde.De landschappelijke kenmerken zoals deze op de geomorfologische kaart staan komen in de boringen tot uitdrukking. Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bodem in het plangebied bestaat uit kleiig zand tot lichte klei. De boringen op de kwelderwallen bestaan uit lichter materiaal dan de boringen in de vlakten van getij-afzetting en de geulinsnijding (met uitzondering van het diepste deel van de geul waar zand is aangetroffen). Het maaiveld ter plaatse van de kwelderwallen ligt hoger dan in de vlaktes van getij-afzetting en de kreekbedding/erosiegeul. In twee boringen (4 en 5) zijn mogelijk archeologisch relevante indicatoren waargenomen. Daarnaast zijn in een drietal boringen (11 en 12 (boerderij) en 21 (arbeidershuisje)) verstoringen en puinresten waargenomen die naar alle waarschijnlijkheid samenhangen met de omgrachte boerderij en het arbeidershuisje die ter plaatse gestaan hebben.Rondom boringen 4 en 5 zijn 7 aanvullende boringen uitgevoerd. Het doel van de aanvullende boringen was te achterhalen of zich ter plaatse een archeologische laag in de ondergrond bevindt, of dat het een natuurlijke danwel een laag met verspoeld materiaal betreft. Tijdens het waarderend veldonderzoek zijn drie van de zeven boringen verstoord aangetroffen. In het verstoorde pakket zijn recente puin- en/of aardewerkresten waargenomen. Het aangetroffen puin en aardewerk is zeer recent en niet van archeologische waarde. Een vegetatielaagje zoals tijdens het verkennend veldonderzoek in boring 4 is aangetroffen is tijdens het waarderend booronderzoek niet waargenomen. De vegetatielaag in boring 4 zal van natuurlijke oorsprong zijn.Op basis van de resultaten van de aanvullende boringen lijkt het erop dat de aangetroffen puinen houtskoolsporen die in boring 5, op een diepte van 0,9 m –mv zijn aangetroffen het resultaat zijn van een verstoring vanaf maaiveld. Op basis van de resultaten van het waarderend veldonderzoek kan gesteld worden dat er geen aanwijzingen zijn dat zich ter plaatse van de zone rondom boringen 4 en 5 een archeologische vindplaats bevindt.Ter plaatse van de boringen 11 en 12 is een proefsleufonderzoek uitgevoerd om eventuele (funderings)resten van de boerderij en bijbehorende gracht in kaart te brengen. Voorafgaand aan het proefsleufonderzoek is een Programma van Eisen opgesteld. Uit het proefsleufonderzoek is gebleken dat van de historische boerderij die ter plaatse heeft gestaan vrijwel niks meer over is. Er zijn enkele funderingsresten in de vorm van mogelijke stiepen aangetroffen. Gezien de onderlinge afstand van de stiepen ten opzichte van elkaar lijkt het om een kleine structuur te gaan, mogelijk een schuurtje. Het betreft de uiterste onderkant van de funderingsresten, er is geen metselwerk meer aanwezig. Rondom de mogelijke stiepen is een “vuile” zone aangetroffen.In het profiel ter hoogte van de vuile zone is een dierenskelet van een middelgroot dier (varken/kalf) aangetroffen. Ook is de gracht die waarschijnlijk toebehoorde aan de historische boerderij aangetroffen. Op basis van historische kaarten lijkt het noordelijk deel van de gracht en het deel langs de noordoostelijke putrand de oude gracht te zijn zoals deze op kaarten uit 1811-1832 staan. De gracht in het zuidelijk deel zou de gracht uit recentere tijd zijn zoals zichtbaar op de topografische kaart uit 1961. In het veld is echter geen onderscheid zichtbaar. De grachten lopen als één geheel door en ook de vulling bestaat uit hetzelfde materiaal. De gracht is volledig opgevuld met recent huisvuil. De originele vulling was niet meer aanwezig, of niet als dusdanig te herkennen. Uit milieukundig onderzoek ter plaatse is gebleken dat de vulling 2,5 m dik is. Er zijn tijdens het onderzoek geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen.Op basis van het uitgevoerde veldonderzoek kan de hoge verwachting, zoals gesteld op de gemeentelijke beleidskaart, ter plaatse van het onderzochte tracé worden bijgesteld naar laag. Er is geen reden om aan te nemen dat ter plaatse van het onderhavige plangebied behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zrc-yyjs
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zrc-yyjs
Provenance
Creator M. Osinga
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor P Fijma, Paula; Y. Boekema (Grontmij Nederland B.V.); Grontmij Nederland B.V.
Publication Year 2015
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact P Fijma, Paula (Greenhouse Advies)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 10197; 9254; 832; 6155098; 6238
Version 1.0
Discipline Humanities