Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (18396.002) Pietersbergseweg 14 te Oosterbeek

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachtingVanuit het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Romeinse tijd. Verzamelde landschappelijke gegevens geven aan dat het plangebied binnen het Zuid-Veluwse stuwwallengebied ligt. Voor Jagers-Verzamelaars (Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) had het plangebied een gunstige ligging als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen), zeker wanneer nabijgelegen droogdalen gedurende deze perioden nog periodiek watervoerend waren en daarmee een beekdal vormde. Ook voor Landbouwers vormde het plangebied in principe een voldoende geschikte locaties voor permanente bewoning. De mineralogisch rijke bruine zanden en moderpodzolbodem zijn van nature een bodem met een hoge natuurlijke bodemvruchtbaarheid. Kanttekening is wel dat het bodemmateriaal plaatselijk zeer grind- en zelfs stenenrijk kan zijn, waardoor de grond lastig te bewerken is voor landbouwdoeleinden. Wel staat het Zuid-Veluwse stuwwallengebied bekend om zijn diverse grafheuvels uit het Laat-Neolithicum, de Bronstijd en mogelijk de IJzertijd. In de omgeving kunnen sporen en vondsten verwacht worden van nederzettingen uit deze perioden en vondsten die verband houden met grafheuvels op de stuwwal. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat verder zien dat het plangebied aan het begin van de 19e eeuw deel uitmaakte van een perceel akkerland/bouwland, gedurende een groot deel van de 19e eeuw in gebruik was als (moes)tuin en pas rond het begin van de 20e eeuw een woonperceel betrof. De kans op het aantreffen van restanten van historische bouwwerken/bebouwing uit de Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd (bijvoorbeeld in de vorm van muurresten/fundering) binnen de begrenzing van het plangebied wordt daarom kleiner/minder waarschijnlijk geacht, vandaar de middelhoge verwachting voor de periode Middeleeuwen en een lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd. Wel ligt het plangebied binnen het operatieterrein ‘Market Garden’. Militaire luchtfoto’s laten geen aanwijzingen zien dat binnen de begrenzing van het plangebied aangelegde militaire structuren hebben gelegen. Tevens ligt het in een gebied waar veel beschietingen hebben plaatsgevonden. De verwachting is dan ook nog hoog op de voorkomen van losse vondsten/losse resten van militaria uit de Tweede Wereldoorlog.Resultaten inventariserend veldonderzoekDe resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) bevestigd alleen de landschappelijke ligging van het plangebied op een stuwwal en het oorspronkelijke moedermateriaal betreft gestuwde afzettingen. Er hebben reeds diepgaande naoorlogse verstoringen/vergravingen plaatsgevonden. Verstoringsdieptes variërend vanaf minimaal 170 tot maximaal 225 cm -mv, waarbij in de geroerde/verstoorde lagen grond veelal een vermenging met resten machinale baksteen, machinaal glas, kolengruis en plaatselijk isolatiemateriaal is aangetroffen. Restanten van de vermoedelijk van nature gevormde holtpodzolbodem/bruine bosgrond zijn bij géén van de boringen aangetroffen. Op grond van deze diepgaande verstoringen geldt dat het archeologisch potentiele vondst- als sporenniveau geheel is verstoord/vergraven. Ook zijn er in het opgeboorde en vervolgens gezeefde bodemmateriaal (karterende fase van het booronderzoek) geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen.ConclusieGeconcludeerd wordt dat voor het plangebied, op basis de diepgaand verstoorde bodemopbouw en het verder ontbreken van archeologische indicatoren die kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een hoge verwachting gold op de aanwezigheid van archeologische resten uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Romeinse tijd, een middelhoge verwachting voor de periode Middeleeuwen, een lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd en nog een hoge verwachting op de voorkomen van losse vondsten/losse resten van militaria uit de Tweede Wereldoorlog, dient dan ook bijgesteld te worden naar geen verwachting. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen.AdviesOp grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Voor het plangebied geldt dat de natuurlijke bodemopbouw verstoord is tot ver voorbij de oorspronkelijke top van de C-horizont en dat eventueel voorheen aanwezige archeologische resten en/of sporen volledig zijn verstoord/vergraven. Archeologische indicatoren ontbreken eveneens in het opgeboorde materiaal.Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ).

Date Accepted: 30-06-2022

Date Accepted: 2022-06-30

Date Submitted: 2022-06-30

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zzq-wn7s
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zzq-wn7s
Provenance
Creator EMILE ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; EMILE ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2022
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/zip; application/pdf
Size 29277; 8365964
Version 1.0
Discipline Humanities