Laagland Archeologie heeft in februari 2021 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Oranjestraat - Kerkstraat te Holten. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige bebouwing ten gunste van nieuwbouw.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Het plangebied ligt op de helling van een grote stuwwal. Vermoedelijk is dekzand aanwezig en op basis van oude kaarten kan aangenomen worden dat het plangebied op de grens tussen oude dorpskern en es of dorpstuinen lag. Daarmee is een opgebrachte laag in de vorm van een plaggendek of moestuingrond in het plangebied te verwachten. Gezien de ligging aan de rand van bebouwde kom/ es is een opgebracht dek waarschijnlijk tamelijk dun, circa 30 cm. In de omgeving zijn diverse resten bekend uit de periode tussen het Neolithicum tot en met de Late-Middeleeuwen, waaronder resten van nederzettingen. Een aantal van die resten zijn aangemerkt als AMK-terrein. In de omgeving van het plangebied zijn enkele booronderzoeken uitgevoerd. Daaruit is steeds een tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel naar voren gekomen. In ieder geval vanaf 1832 was het plangebied bebouwd. Gezien de ligging in/aan de oude kern van Holten is het zeker niet uit te sluiten dat bebouwing hier teruggaat tot de Late-Middeleeuwen of zelfs eerder. De huidige bebouwing stamt uit 1935 of later. Vanaf dat jaar stamt ook de kelder; vermoedelijk is deze in latere jaren nog uitgebreid. Onderstaande kaart toont de eerste kadastrale kaart (circa 1832), met daarop geprojecteerd de locatie van de kelder. Hierop is te zien dat de huidige kelder grotendeels op de locatie van de oude bebouwing is geplaatst. Op basis van beschikbare foto’s kan aangenomen worden dat de kelder tot een diepte van tenminste 150 cm -mv reikt. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat het plangebied rond 1935 significant is opgehoogd, zodat moet worden aangenomen dat met de aanleg van de kelder alle resten van oudere bebouwing ter plaatse zijn verdwenen.Gezien de centrale ligging van deze kelder in het te bebouwen gebied is de kans groot dat slechts een klein deel van een mogelijk aanwezige vindplaats nog intact aanwezig is. Op de onbebouwde delen heeft booronderzoek plaatsgevonden. Twee van de vier boringen zijn gestuit op een aanwezige puinverharding, maar de resterende twee boringen tonen een verstoord pakket van tenminste 145 cm dik. Eén boring kon tot in de intacte ondergrond worden doorgezet. Deze ligt onder een verstoord pakket van 200 cm dik en bestaat uit dekzand. Het verstoorde pakket is waarschijnlijk tamelijk recent. In het dekzand is alleen een C-horizont aangetroffen. Waarschijnlijk resteert hier nog een dun laagje dekzand (5 cm) en bevindt zich daaronder keileem. De kans dat in het bebouwde en onbebouwde deel nog archeologische resten aanwezig zijn is laag, gezien de verstoringsdiepten. Voor de geplande nieuwbouw adviseren we daarom geen vervolgonderzoek.De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Rijssen-Holten. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer A. Vissinga (regio-archeoloog).Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).