Plangebied Centrumontwikkeling Oud Gastel, gemeente Halderberge. Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en IVO (verkennende fase)

DOI

Het plangebied ligt in de historische kern van Oud Gastel, op een hogere dekzandrug in het landschap. Het oostelijke deel van het plangebied ligt in een lagere zone, waar de omstandigheden natter zijn (grondwatertrap III en V). Voornamelijk het westelijke deel van het plangebied ligt in een historisch interessante zone. De oudste vermelding van Oud Gastel gaat terug tot de 12e eeuw, maar er bestaan (vervalste?) documenten die een oudere datering geven, namelijk 11e eeuw of eerder. Dit is echter nog niet archeologisch aangetoond. Op basis van de archeologische verwachtingsen beleidsadvieskaart voor Oud Gastel geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers (Neolithicum t/m Nieuwe tijd). De verwachting is het hoogst voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Vindplaatsen van jager-verzamelaars worden in de binnenstedelijke context niet meer verwacht. Het bureauonderzoek is aangevuld met een veldinspectie, waarbij 6 boringen zijn uitgevoerd. In 4 boringen is waargenomen dat de bodem nog de kenmerken van de oorspronkelijke podzolgrond vertoont. Dit hangt waarschijnlijk samen met het historisch grondgebruik, namelijk weiland en boomgaard. In de boringen in het centrum is waargenomen dat de bodem sterk is verstoord. Er zijn hier echter maar 2 boringen geplaatst vanwege verharding en bebouwing. De boringen zijn dan ook niet representatief voor het hele westelijk deel van het plangebied. De tijdens het veldonderzoek aangetroffen vondsten komen uit de geroerde bodem of zijn afkomstig uit ongunstige woonzones. Hoewel de verstoringen in de oostelijke zone van het plangebied vrij beperkt zijn, wordt hier geen vervolgonderzoek aanbevolen omdat vanuit landschappelijk oogpunt de kans klein wordt geacht dat er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. De zone rondom de kerk hoeft eveneens niet verder archeologisch onderzocht te worden, aangezien eerder onderzoek heeft aangetoond dat de verstoring van dien aard is dat er geen archeologische resten meer verwacht worden. Voor het westelijk deel van het plangebied, meer bepaald in de historische kern, wordt geadviseerd de werkzaamheden archeologisch te begeleiden (figuur 2: grijs gearceerd). Er wordt voor een archeologische begeleiding geopteerd, omdat onderzoek in de omgeving geen resultaten heeft opgeleverd. Het veldonderzoek heeft ook geen concrete aanwijzingen opgeleverd aan de hand waarvan bepaald kan worden in hoeverre (resten van) historische bebouwing nog aanwezig zijn. Mogelijk zijn resten hiervan door recente bouwwerkzaamheden (grotendeels) verdwenen. Mochten er tijdens de archeologische begeleiding echter resten van historische bebouwing worden aangetroffen, dan dienen deze opgegraven te worden. Voor een archeologische begeleiding en opgraving dient een Programma van Eisen geschreven te worden, dat door het bevoegd gezag goedgekeurd moet worden. Dit Programma van Eisen kan pas opgesteld worden als de exacte aard van de werkzaamheden en de diepte van de verstoring bekend zijn.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-ZEJ-X9ER
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-ZEJ-X9ER
Provenance
Creator G. Hensen
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor m verbruggen; RAAP Archeologisch Adviesbureau
Publication Year 2020
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact m verbruggen (RAAP)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 6393; 6583; 810; 2880517; 3211
Version 1.0
Discipline Humanities