In verband met de geplande bouw van twee woningen is een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd aan de Ericasestraat te Erica, gemeente Emmen, provincie Drenthe. Voor de plannen is graafwerk nodig dat een bedreiging vormt voor eventueel aanwezige archeologische waarden in het gebied. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden.Het inventariserend onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en eenveldonderzoek, verkennende fase. Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Bij het veldonderzoek zijn veertien boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen.De Ericasestraat ligt op de Hondsrug waar deze in het verleden overging in het zuidelijk gelegen veenmoeras. In het verleden is twintig meter noordelijk van het plangebied een neolithische amfoor opgegraven. Op een afstand vanaf vijfentwintig meter zuidoostelijk van het plangebied zijn een grafheuvel en een sleutelvormige greppel uit de late bronstijd opgegraven en een kringgrepurnenveld uit de periode late bronstijd-ijzertijd. Het gebied werd omstreeks de eerste helft van de twintigste eeuw ontgonnen en in gebruik genomen als landbouwgrond.In de noordelijke en oostelijke hoek van het plangebied liggen dekzandkoppen. De bodem is daar sterk aangetast door egalisatie. Alleen in de westelijke hoek van het plangebied is de bodem goed bewaard gebleven. Op deze drie delen zijn mogelijk archeologische resten zoals van begravingen aanwezig. In het midden en zuidwesten van het plangebied lag het oorspronkelijke maaiveld van het dekzand óf flink lager óf de bodem is er nog sterker aangetast. De enige vondst is van een stuk verbrand vuursteen zonder bewerkingssporen.Het selectie-advies door drs. J.M.G. Bongers (KNA-prospector) luidt: 'Aangezien de bodem in de westelijke hoek gaaf is en aangezien op de zandkoppen in de noordelijke en oostelijke hoeken iets buiten het plangebied resten van menselijke begravingen zijn gevonden, adviseren wij om op die delen geen graafwerk te ondernemen dieper dan 0,2 of 0,4 meter (zie Figuur 12). Voor het resterende deel van het plangebied adviseren wij geen beperkingen of nader archeologisch onderzoek.Als op de genoemde terreindelen toch diepere bodemingrepen nodig zijn, dan adviseren wij nader archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven. Hiermee kan een betere inschatting gekregen worden van de kans op archeologische resten zoals begravingen. In Figuur 12 staat een voorstel opgenomen voor de aanleg van vier sleuven van veertig meter lengte en vier meter breedte. Een proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd door een daartoe bevoegd bureau volgens een vooraf door de bevoegde overheid goed gekeurd Programma van Eisen (PvE).'
2017-02/05