Tijdens het verkennende booronderzoek zijn oever-, bedding- en restgeulafzettingen van de stroomgordel van Houten aangetroffen. De bodem op de onderzoekslocatie is tot 30 á 185 cm –mv vergraven; de top van de oeverafzettingen is geheel vergraven en in vier boringen zijn de oeverafzettingen tot in het beddingzand vergraven.In één boring is het bodemprofiel intact; hier is sprake van een restgeul. Ter plaatse van de geplande nieuwbouw is de bodem ca. 60 tot 110 cm –mv vergraven. Hierdoor is een eventueel vondstenniveau reeds verdwenen. Diepere grondsporen vanaf de Bronstijd kunnen echter nog wel aanwezig zijn. Ook is het niet uit te sluiten dat nog resten behorende bij de historische huisplaats aanwezig zijn. Ook onder de huidige bebouwing kunnen mogelijk nog restanten van oudere bebouwing aanwezig zijn.Of wel of niet een vervolgonderzoek noodzakelijk is, hangt volgens de gemeente Houten af van het te verstoren oppervlak. Wanneer alleen voor de nieuwe bedrijfshal een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, zal een vervolgonderzoek niet noodzakelijk zijn. Dit omdat de bedrijfshal 420 m2 beslaat en de gemeente een vrijstellingsgrens van 500 m2 hanteert. Wanneer echter de sloop van de bestaande bebouwing en het vervangen van de vloer in het bakhuis in de omgevingsvergunning moet worden meegenomen, wordt deze vrijstellingsgrens overschreden en zal een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn.Conform de KNA zou het vervolgonderzoek moeten bestaan uit een proefsleuvenonderzoek voor de nieuwbouw en een sloopbegeleiding van de ondergrondse delen van de te slopen/verbouwen bebouwing. De gemeente Houten heeft echter bepaald dat kan worden volstaan met een archeologische begeleiding van het uitgraven van de bouwput voor de bedrijfshal. Deze begeleiding dient volgens de gemeente te worden uitgevoerd door de Archeologische Werkgroep Leen de Keijzer. Een zelfde soort besluit is genomen met betrekking tot de aanpassingen van de vloer van het bakhuis en de sloop van de gebouwen: als hier waardevolle resten bij worden aangetroffen, dienen deze werkzaamheden te worden begeleid door amateurarcheologen van de werkgroep Leen de Keijzer. Daarnaast dienen alle aanpassingen aan het monument te worden voorgelegd aan de monumentencommissie.
Issued: 2012-05-02