Laagland Archeologie heeft in november 2020 een Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd voor het project “Waterberging Twekkelerveld” te Enschede. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de aanleg van een aantal waterbergingen.In een eerder stadium is een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek geldt een hoge archeologische verwachting vanaf het Midden-Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd en in het meest westelijke deel van het plangebied geldt een specifiekere verwachting voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum - Vroeg-Neolithicum. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek kan de archeologische verwachting worden gehandhaafd. Om deze reden is nader archeologisch onderzoek geadviseerd in de vorm van een karterend booronderzoek.Het karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn verspreid in plangebied karterende boringen gezet. Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd op archeologische indicatoren. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) binnen een zone waarin in boring 26 archeologische indicatoren zijn aangetroffen bestaande uit aardewerkgruis en houtskool. Deze zone betreft vrijwel geheel een dekzandrug met plaatselijk afgedekte resten van podzolering in het afgedekte bodemprofiel. Volgens het historisch kaartmateriaal lagen er bouwlanden begin 19e eeuw. Er wordt voor deze zone een vervolgonderzoek aanbevolen als daar tot meer dan 50 cm -mv wordt ontgraven. Voor de rest van het onderzoeksgebied wordt geadviseerd om het vrij te stellen van vervolgonderzoek.Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor de rest van het onderzoeksgebied wordt geadviseerd om het vrij te stellen van vervolgonderzoek.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).Volgens het door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer A. Vissinga, uitgebrachte selectieadvies, is geadviseerd het gehele plangebied vrij te stellen van vervolgonderzoek.