In opdracht van Buro SRO heeft Transect b.v. in augustus 2024 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Hoofdstraat 11 in Oirlo (gemeente Venray). De aanleiding voor het onderzoek vormt de wijziging van het Omgevingsplan ten behoeve van de realisatie van een nieuw erf met 21 woningen. Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in de historische dorpskern van Oirlo ligt. De oudste vermeldingen van Oirlo dateren in de Late Middeleeuwen. Het plangebied ligt ten noordoosten van de Hoofdstraat, de historische straat waarlangs de dorpskern van Oirlo zich heeft gevormd. Op historische kaarten vanaf het begin van de 19e eeuw is het plangebied niet bebouwd. Door de ligging langs de Hoofdstraat is het echter niet uitgesloten dat er voor de 19e eeuw wel bebouwing aanwezig is geweest. Daarom geldt voor het zuidwesten van het plangebied een hoge waarde voor archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. In het noordoosten van het plangebied zijn waarschijnlijk geen bebouwingresten te verwachten, maar bestaat er wel een hoge verwachting op sporen van landgebruik en terreininrichting uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Verder geldt in het hele plangebied een hoge archeologische verwachting op resten die dateren uit de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen vanwege de ligging van het plangebied op een hoge, droge flank van een dekzandwelving. Vanaf het Neolithicum vestigden mensen zich vooral in dergelijke gebieden. Voor de periode Laat-Paleolithicum – Mesolithicum geldt een lage verwachting op de aanwezigheid van resten. Het plangebied ligt 700 m van open water en ligt niet in een overgangszone van een hoger naar een lager gebied. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge verwachting op resten die dateren uit de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen en de hoge waarde voor de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bevestigd. In de ondergrond van het plangebied is dekzand aanwezig, waarvan de top archeologisch intact is gebleven. Het deel van het dekzand waar bodemvorming plaats vindt is niet meer aanwezig. De C-horizont van het dekzand is echter niet diep verstoord. Dit wijst erop dat het deel van het dekzand waarin archeologische sporen uit de periode Neolithicum – Nieuwe Tijd zichtbaar kunnen zijn, ongeroerd is gebleven, zodat de kans op resten zeker aanwezig is. De top van het dekzand is aangetroffen op een diepte tussen 45-110 cm -Mv (23,0-22,7 m +NAP).