Maassluis, Weverskade 129 Eindrapport

DOI

IDDS Archeologie heeft in juni 2024 een inventariserend veldonderzoek (IVO), karterende fase, uitgevoerd aan de Weverskade 129 (percelen I 5020 en 5023) in Maassluis, gemeente Maassluis. De doel- en vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting uit het bureau- en verkennend booronderzoek. Tevens wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische resten.Het noordoostelijke deel van het huidige plangebied ligt binnen een verlande getijdegeul uit de Bronstijd, terwijl het zuidwestelijke deel juist buiten deze geul ligt. Uit de verkennende boringen uit 2012 blijkt dat in de ondergrond van het zuidwestelijke deel nog veen aanwezig is van het veenlandschap waarin de getijdegeul is ingesneden in de Bronstijd. Dit gebied buiten de geul, met dus nog veen in de ondergrond, was veel minder geschikt voor de mens omdat de sedimenten die hier zijn afgezet veel minder zandig zijn en daardoor een slechtere afwatering hebben en dus natter zijn. Voor dit deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting en daarom is hier geen karterend booronderzoek noodzakelijk.In het plangebied wordt onder andere de voortzetting verwacht van de vindplaats uit de Romeinse tijd die is aangetroffen bij de geluidswal. Naast resten van de nederzetting kunnen daarbuiten ook nog resten worden verwacht. Te denken valt bijvoorbeeld aan begraafplaatsen, infrastructuur en resten van landbouw en grondstofwinning/-verwerking. Ook is het mogelijk dat los van de vindplaats bij de geluidswal er andere vindplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied. De resten worden alleen verwacht in het noordoosten van het plangebied, en niet in het zuidwestelijke natte gedeelte.Uit het karterend booronderzoek blijkt dat de vindplaats zich uitstrekt over het gehele plangebied, en waarschijnlijk ook doorloopt in het gebied dat niet onderzocht hoefde te worden. Blijkbaar had, in tegenstelling tot wat werd verwacht in het verwachtingsmodel, het voorkomende veen in de ondergrond gedurende de Romeinse tijd geen invloed op de bruikbaarheid van het maaiveld. Het zuidwestelijke gebied was niet natter dan de rest van het plangebied en daarmee waarschijnlijk evengoed bruikbaar. Op basis van de vondstdichtheid is het plangebied ingedeeld in verschillende zones. Een vindplaats kan op basis van de vondstdichtheid uit een booronderzoek niet worden begrensd. Elementen zoals moestuinen, veekralen, paden en de begraafplaats hebben een (zeer) lage vondst¬dichtheid en kunnen daarom niet worden opgespoord met boringen.Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren. Het vervolgonderzoek kan het beste bestaan uit een proefsleuvenonderzoek om de indeling binnen de vindplaats in kaart te brengen en de vindplaats mogelijk te begrenzen

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-2cm-eut5
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-2cm-eut5
Provenance
Creator A.W.E. Wilbers
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Functioneel Applicatiebeheer GBO
Publication Year 2025
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact Functioneel Applicatiebeheer GBO (BIJ12)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; application/vnd.ms-excel; text/xml; application/octet-stream; text/csv; application/zip; text/comma-separated-values
Size 2085887; 4830197; 39352; 116323; 204800; 306547; 314226; 447349; 97894; 286; 12018; 29059; 91098; 108261; 3640; 272; 316; 10132; 106; 915; 2850; 332; 188; 16497; 1257; 1262; 174; 371; 102; 248; 62271; 214; 433; 379; 4848; 200; 742; 543; 50; 1601; 539; 107; 146; 758; 160; 306546; 2748; 4940; 2532
Version 1.0
Discipline Humanities