Rijksweg 1 te Limmen gemeente Castricum

DOI

In opdracht van dhr. S. Welboren heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Rijksweg 1 in Limmen (gemeente Castricum). In het plangebied zal een veestalling worden gerealiseerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een aanvraag voor een bouwvergunning en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.Het bureauonderzoek bestond uit zes onderdelen (KNA-specificaties LS01 t/m LS06). In de eerste vier onderdelen zijn de volgende werkzaamheden verricht: - afbakening plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik - beschrijving van de huidige situatie - beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen - beschrijving van bekende archeologische waarden en aardwetenschappelijke gegevens Op grond van deze onderdelen werd een gespecificeerde verwachting van het gebied opgesteld (specificatie LS05). Hierin werd verwoord of, en zo ja, welke archeologische waarden worden verwacht.Op basis van aardwetenschappelijke gegevens blijkt dat het plangebied zich bevindt op de flank van de strandwal van Limmen - Heiloo - Alkmaar, aan de rand van een geul van het Oer-IJ estuarium. De strandwal werd gevormd in het Laat-Neolithicum. Archeologische sporen uit deze periode zijn tot op heden nog niet aangetroffen. Indien aanwezig zullen deze goed geconserveerd zijn door afdekking door veen en duinafzettingen. Op aangrenzende percelen, die bekend staan onder het toponiem ‘De Krocht’ zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. Uit de resultaten, die representatief worden geacht voor het plangebied, bleek dat de ondergrond bestaat uit duinzand, dat vanaf het begin van de IJzertijd over een laag veen is gestoven. Eventuele sporen in de top van het veen zullen uit de Bronstijd dateren en door de latere overstuiving goed geconserveerd zijn. De oudste bewoningssporen zijn fragmentarisch en bestonden uit enkele kuilen en greppels uit de Midden-IJzertijd en/of Romeinse periode. In de Vroege-Middeleeuwen lijkt er op de flank van destrandwal geen bewoning te zijn. Pas in de 9e eeuw verplaatste de bewoning zich in westelijke richting, tot de lagere delen (zoals het plangebied). Als gevolg van een vernatting van het gebied verschoof in dee periode begin 12 -eerste helft 13e eeuw zich meer naar het oosten. Voor de periode daarna worden geen bewoningssporen meer verwacht. Vanwege egalisaties en (land)bouwactiviteiten bestaat een gerede kans op een sterk aangetast bodemarchief. Dit geldt vooral voor ondiepe sporen. Diepere sporen zoals waterkuilen en -putten zullen wel goed bewaard zijn gebleven. Met name waterkuilen- en putten worden vaak aan de randen van een strandwal aangetroffen, doordat daar het grondwater omhoog welt. Tijdens verschillende onderzoeken ter plaatse van ‘De Krocht’ is dit ook vastgesteld. Archeologische resten kunnen bestaan uit grondsporen van waterkuilen, paalkuilen van aan de Achterweg gelegen hoeven en begravingen alsmede vondstmateriaal zoals fragmenten aardewerk en metaal. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd.Op basis van deze gespecificeerde verwachting en het Plan van Aanpak werd in het plangebied een verkennend booronderzoek (specificatie VS03) uitgevoerd.Tijdens het booronderzoek zijn twee pakketten Oud Duin (Laagpakket van Schoorl binnen Naaldwijk Formatie) aangetroffen, die van elkaar worden gescheiden door een 45 tot 75 cm dik pakket rietveen (Hollandveen Laagpakket binnen Nieuwkoop Formatie). Door landbouw- en andere grondverstorend activiteiten is in het bovenste deel van het Oud Duin een 85 tot 120 cm dik pakket humeuze bovengrond ontstaan. Eventueel aanwezige sporen en vondsten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd zullen hierbij vernietigd zijn. Dieper gelegen sporen uit de periode Neolithicum t/m IJzertijd/Romeinse tijd kunnen echter wel aanwezig zijn en door verschillende overstuivingen en/of veengroei goed bewaard zijn gebleven.Indien niet dieper dan circa 75 cm -mv ontgraven zal worden, wordt door ADC ArcheoProjecten geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Indien echter de huidige bouwplannen echter ongewijzigd uitgevoerd zullen worden, adviseert ADC ArcheoProjecten om in het plangebied een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van de aanleg van proefput of -sleuf (IVO-P), teneinde gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten te onderzoeken. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Opgemerkt dient te worden dat grondwateroverlast een beperkende factor kan zijn voor de aanleg van een proefput of -sleuf, waardoor bronbemaling mogelijk noodzakelijk is. Een eventuele vindplaats zal zijn gelegen in de onverzadigde zone, de zone in de ondergrond tussen maaiveld en de grondwaterspiegel. Veranderingen in aanvoer en/of doorstroming van infiltratiewater door bijvoorbeeld afdekking, verlaging oppervlaktewaterpeil, aanleggen of aanpassen van drainage leiden tot een toename van biologische, chemische en mechanische verwering. Op termijn leidt dit tot een sterke afname van de informatiewaarde van de vindplaats en uiteindelijk tot de vernietiging van de vindplaats.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-24N-H4K9
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-24N-H4K9
Provenance
Creator R. van der Zee
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor J.W. Beestman; ADC ArcheoProjecten
Publication Year 2020
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact J.W. Beestman (ADC)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 1519275; 9107; 8870; 798; 3631
Version 1.0
Discipline Humanities