Het is duidelijk dat het terrein sterk is verstoord. Er zijn geen resten van een natuurlijke toplaag gevonden, waarin zich een bodem heeft kunnen ontwikkelen. De bovenste laag is verdwenen. Alleen in de diepere lagen is een natuurlijke gelaagdheid aangetroffen. Deze afzettingen geven aan, dat in het verleden hier een lichte helling aanwezig was. De iets kleiiger en licht grindige afzettingen geven aan, dat zich toen op deze helling waterlopen hebben bevonden. De helling wordt ook aangegeven, doordat de sterk ijzerhoudende lagen zich vooral in het zuidoostelijke, laagst gelegen deel van de oude helling, bevinden. Het ijzer kan zich hier verzameld hebben, als gevolg van zijwaartse waterverplaatsing vanaf de hogere delen van het terras. Naar analogie van de omgeving zou juist in de verdwenen toplaag archeologica te verwachten zijn. De aanleg van het sportterrein, met de aftopping en egalisatie, gevolgd door het ploegen en inzaaien van het grasveld, en de aanleg van de tennisterreinen, hebben de nog aanwezige grond tot een diepte van 70–100 cm beneden maaiveld verstoord. De gevonden archeologica bevinden zich allen net onder de graslaag en op het grensvlak van de ploegzone en de onderliggende zandlaag. Daarom kunnen deze niet worden gezien als bewijs voor de aanwezigheid van archeologische sporen.
Date: 2002