Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied deel uit maakt van een uitloper van een hoger gelegen gebied tussen de Groote Molenbeek in het zuiden en oosten en Kabroeksche beek in het noorden. Dergelijke hoger gelegen gebieden waren van oudsher aantrekkelijke vestigingsgebieden. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten gevonden uit de vroege middeleeuwen tot nieuwe tijd. Ten oosten van het plangebied lag de historische kern van Horst. Het plangebied was zelf onbebouwd en maakte deel uit van de omringende bouwlanden, waardoor het gebied is afgedekt met een dik, humeus plaggendek. In de loop van de 19e eeuw is het gebied in gebruik genomen als boomgaard, waarna in het begin van de 20e eeuw ten westen van het plangebied langs de Herstraat een woning is gebouwd. In de Tweede Wereldoorlog hebben in de omgeving van het plangebied gevechtshandelingen plaatsgevonden. Mogelijk is daarbij het pand ten westen van het plangebied beschadigd geraakt en na de oorlog gesloopt. In 1955 is ten westen van het plangebied een nieuw woonhuis gerealiseerd (huidige Herstraat 54) met in het zuidwestelijke deel van het plangebied een bijgebouw (huidige Kerkeveld 4). In de jaren ’90 is het perceel afgescheiden van het hoofdhuis en heeft het een apart adres gekregen.
Op basis van het bureauonderzoek geldt er voor het plangebied een lage verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars uit het mesolithicum tot neolithicum, een hoge verwachting voor resten van landbouwers uit het neolithicum tot en met de volle middeleeuwen, een lage verwachting voor nederzettingssporen uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd en een middelhoge verwachting voor militaire structuren uit de Tweede Wereldoorlog.
Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied deel uit maakt van een relatief laag gelegen dekzandgebied. Er zijn geen resten meer aanwezig van de natuurlijke bodem, waardoor niet duidelijk is of het gebied van nature een lage ligging heeft of dat de grondwaterstand (mede) door aftopping van de bodem hoog in de natuurlijke bodem voorkomt. De bovenste 10 tot 50 cm van de resterende C-horizont is sterk geroerd. Mogelijk is de verstoring veroorzaakt door het gebruik als boomgaard in het verleden. De top van de bodem bestaat uit een 80 tot 100 cm dik cultuurdek.
Op basis van de relatief natte omstandigheden én de diepe aftopping van de natuurlijke bodem kan de verwachting voor nederzettingsresten, graven en dergelijke uit het neolithicum-volle middeleeuwen worden bijgesteld naar laag. De verwachting voor de overige perioden blijft gelijk (laag). Alleen resten uit de Tweede Wereldoorlog zijn niet uit te sluiten. Gezien de geringe omvang van het plangebied is de kans dat resten hiervan daadwerkelijk in het plangebied aanwezig zijn laag. Vanwege de lage verwachting voor de overige perioden wordt derhalve geen vervolgonderzoek aanbevolen.