Gespecificeerde archeologische verwachtingVanuit het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische waarden daterend uit de perioden Late-Bronstijd t/m de Middeleeuwen. Verzamelde landschappelijke gegevens geven aan dat het plangebied binnen de jongste fase (fase D) van de Ressen stroomgordel ligt. Deze fase kent een periode van activiteit van circa 1050 tot 230 voor Chr. (Late-Bronstijd tot Late-IJzertijd). De ligging van het plangebied binnen een hoger gelegen stroomrug gaf de beschikking van voldoende areaal bouwland (akkergronden) en het houden van vee, en daarmee de ontwikkeling van een nederzetting((s)complex). Ook nadat de Rijn de Ressen stroom-gordel definitief had verlaten om vervolgens zuidelijker te gaan stromen, ter plaatse van de Waal, behielden de oude stroomruggen hun relatief hoge ligging in het landschap. Deze gunstige ligging als bewoningslocatie wordt bevestigd door een aantal vindplaatsen die zijn aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Zo is er circa 250 meter ten noorden van het plangebied een crematiegraf uit de Midden-IJzertijd aangetroffen. Circa 550 meter ten noordwesten van het plangebied zijn sporen en vondsten uit Late-Prehistorie (Late-Bronstijd en/of Vroege-IJzertijd), de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd aangetroffen, welke gerekend kunnen worden tot een huisplaats/boerenerf. In 1799 vond een dijkdoorbraak plaats, waardoor het ten oosten gelegen(voormalige) dorp Doornik werd verwoest. Ter plaatse van het plangebied zal een pakket overslagmateriaal/dijkdoorbraakafzettingen zijn gesedimenteerd. Mogelijk is dat in eerste instantie, tijdens de initiële en meest krachtige fase van de dijkdoorbraak nog erosie plaatsvond (top op van oudere oeverafzettingen). Hierdoor kunnen eventueel aanwezige archeologische sporen binnen het plangebied al zijn afgetopt. Verder geeft historisch kaartmateriaal geen aanleiding dat het plangebied tot een historisch erf heeft behoord.Resultaten inventariserend veldonderzoekDe aangetroffen bodemopbouw tijdens het gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek laat een paleogeografische ontwikkeling zien welke vrij goed overeen met de verwachte ontwikkeling zoals die beschreven is in het bureauonderzoek. In het plangebied komen oever- op kronkelwaard-/beddingafzettingen voor die gesedimenteerd zijn tijdens de actieve fase van de Ressen stroomgordel. Boven het pakket oeverafzettingen komt een pakket overslagmateriaal/dijkdoorbraakafzettingen voor. Moderne bodemverstorende ingrepen beperken zich tot in het pakket overslagmateriaal/dijkdoorbraakafzettingen. De oorspronkelijke top van het pakket oeverafzettingen is echter geërodeerd is tijdens de initiële fase van de dijkdoorbraak van 1799 (die vrij catastrofaal zal zijn geweest). Op grond van de verkennende fase van het booronderzoek kan de hoge archeologische verwachting voor de perioden Late-Bronstijd t/m Middeleeuwen al worden bijgesteld naar een lage verwachting. De karterende fase van het booronderzoek heeft verder ook geen archeologisch relevante indicatoren opgeleverd.ConclusieGeconcludeerd wordt dat voor het plangebied, op basis van de geërodeerde/verspoelde oorspronkelijke top van het pakket oeverafzettingen en het verder ontbreken van archeologische indicatoren die kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats, de hoge verwachting bijgesteld dient te worden naar geen verwachting. De hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten, van complextypen in de vorm van een nederzettingscomplex of huisplaats (Landbouwers) en/of van afvuldumps (daterend uit de perioden Late-Bronstijd t/m Middeleeuwen), wordt hiermee niet bevestigd.AdviesOp grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Een hoge verwachting gold voor de oorspronkelijke top van het pakket oeverafzettingen gesedimenteerd tijdens de jongste fase (fase D) van de Ressen stroomgordel, echter deze is geërodeerd/verspoeld ten gevolgde de dijkdoorbraak van 1799. Tevens zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen, dan wel archeologische lagen waargenomen.Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
Date Accepted: 25-11-2021
Date Accepted: 2021-11-25