In opdracht van Groenleven B.V. heeft Archol BV een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende boringen) uitgevoerd ter plaatse van een gepland zonnepark in de gemeente Hoogeveen. Doel van het onderzoek was om vast te stellen of de werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het bureauonderzoek was erop gericht om voor het plangebied de bekende archeologische waarden te inventariseren en een specifieke verwachting op te stellen ten aanzien van onbekende archeologische waarden. Het verkennend veldonderzoek was gericht op een toetsing van deze verwachtingen. Het veldonderzoek heeft zich beperkt tot de te verstoren oppervlakken, betreffende twee geplande waterpoelen en twee ecologisch in te richten oevers van bestaande watergangen. Aan de hand van het verkennend booronderzoek zijn de bodemkundige en paleolandschappelijke kenmerken van deze zones meer in detail onderzocht, met een doorvertaling naar de gebiedsspecifieke archeologische verwachtingen. Op basis hiervan is een advies opgesteld over de noodzaak van vervolgonderzoek.Het onderzoek heeft een duidelijk beeld opgeleverd van de paleogeografische en bodemkundige gesteldheid van het plangebied. Het oppervlaktereliëf wordt in hoofdzaak bepaald door de variabele dikte van het dekzandpakket dat over het hele plangebied is afgezet op de heterogene keileemafzettingen daaronder. Ter hoogte van de opduikingen in het landschap bereikt het dekzandpakket een dikte van meer dan 125 cm. In de vlakke terreindelen buiten de dekzandwelvingen heeft het dek een beperkte dikte van ca. 70 cm tot minder dan 50 cm. De top van de keileem bevindt zich op de meeste plaatsen rond 13,0 m +NAP.De boringen in het westelijke deel van het plangebied laten een intact natuurlijk bodemprofiel zien. Deze heeft de kenmerken van een compacte veldpodzol. Behalve op de dekzandopduiking heeft ook in de lagere delen van het landschap, zelfs ter hoogte van voormalige moerassige zones, in de top van het dekzand podzolering plaats gevonden. Wel zijn deze veldpodzolen erg ijzerrijk en tonen vergleyd. Vanaf de dwarssloot naar het oosten gaand laten alle boringen langs de zuidgrens van het plangebied een tot in de C-horizont verstoord profiel zien. De toplaag wordt hier gekenmerkt door een antropogeen gemengde laag met hierin restanten herkenbaar van een podzolprofiel. Ook ter hoogte van de hier gelegen lokale dekzandrug is het bodemprofiel tot in de C-horizont verstoord.De hogere archeologische verwachting beperkt zich tot de hoger gelegen dekzandopduikingen met intacte bodemprofielen. Binnen de grenzen van het plangebied en de hier te verstoren oppervlakken gaat het om één zone. Deze ligt in het meest westelijke deel van het plangebied. Hoewel op deze locatie nog geen concrete aanwijzingen zijn gedaan voor de aanwezigheid van een vindplaats, geven de bodemkundige en landschappelijke kenmerken aanleiding om uit te gaan van de mogelijk aanwezigheid van goed geconserveerde resten uit de steentijden en late prehistorie. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek wordt voor de laag gelegen natte gebieden en/of zones met diepe bodemverstoringen geen vervolgstap geadviseerd uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Voor het hoger gelegen meest westelijke deel met intacte bodems wordt geadviseerd de bodemingrepen (met uitzondering van de minimale ingrepen vanwege de plaatsing van funderingspaaltjes en trafohuisjes) te beperken tot de geroerde toplaag (25-65 cm). Indien diepere ingrepen hier toch noodzakelijk blijken wordt een vervolgonderzoek voorgesteld in de vorm van een karterend proefsleuvenonderzoek.