Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (14314.001) Gildestraat kavel 6 De Beemd te Velp

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachtingVanuit het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een lage verwachting op het voorkomen van archeologische waarden vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Verzamelde landschappelijke gegevens geven aan dat het plangebied aan het einde van de laatste ijstijd (het Jonge Dryas, aan het einde van het Laat-Glaciaal, (Laat-)Paleolithicum) een ligging had binnen het lager gelegen Terras X. Gedurende het Holoceen had het plangebied ook een ligging in een nat/moerasachtig gebied. Aan het begin van het Vroeg-Holoceen werd er nog een laag komklei gesedimenteerd (Laag van Wijchen). Gedurende het verloop van de Vroeg- en Midden-Holoceen heeft veenvorming plaatsgevonden, met mogelijk periodiek influx van overstromingsklei tijdens perioden van hoogwater van de Rijn. Als (tijdelijke) bewoningslocatie gold voor het plangebied geen gunstige condities. Met het ontstaan van de stroomgordel van de Gelderse IJssel, rond 580 na Chr., vond er meer sedimentatie plaats van oever- tot komachtige afzettingen binnen het plangebied. Het plangebied behield echter zijn relatief lage ligging, in een depressiezone tussen de ten noordwesten gelegen daluitspoelingswaaiers en de zich ten zuidoosten vormende oeverwalzone langs de loop van de Gelderse IJssel. Er zal sprake zijn geweest van een slechte afwatering. Voor bewoning behield het plangebied zijn ongunstige ligging. Dit was eigenlijk alleen mogelijk op natuurlijke hoogten of huisterpen. Vanuit geraadpleegd historisch kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen dat het plangebied ter plaatse van een natuurlijke hoogte dan wel een huisterp ligt. Het plangebied, evenals de directe omgeving, heeft gedurende de laatste 250 jaar alleen maar een gebruik gekend als grasland (geschikte graasgronden voor vee tijdens drogere zomerperioden). Ook reeds uitgevoerde archeologische vooronderzoeken voor terreinen binnen dezelfde landschappelijke ligging als het plangebied, hebben tot op heden geen aanwijzingen opgeleverd van archeologische vindplaatsen. Resultaten inventariserend veldonderzoekDe resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigd de ongunstige landschappelijke situering die het plangebied heeft gehad voor (tijdelijke) bewoning. Binnen de boordiepte van 320 cm -mv is de top van de Laag van Wijchen aangetroffen. Hierboven, tussen gemiddeld 250 en 310 cm -mv komt een kleiige veenlaag voor. Het geeft aan dat het plangebied voor langere tijd in een zeer nat/moerasachtig gebied lag, dat tijdens overstromingen van de Rijn nog onder water kwam te staan en waardoor beperkte sedimentatie van overstromingsklei plaatsvond. Tussen gemiddeld 110 en 250 cm -mv komen vrij zwaarder getextureerde afzettingen voor en dit betreffen komafzettingen die zullen zijn gesedimenteerd tijdens de actieve periode van de Gelderse IJssel, voornamelijk na 1000 na Chr. Voor de top van het pakket Gelderse IJssel afzettingen geldt dat het aanwezige bodemprofiel een kalkloze poldervaaggrond betreft. De oorspronkelijke bouwvoor is verstoord door agrarische activiteiten, welke hebben plaatsgevonden tot aan het einde van de 20e eeuw. Het plangebied heeft gedurende het Holoceen een ligging gekend in een zeer nat/moerasachtig gebied. De bovenste gemiddeld 110 cm van de bodemopbouw betreft een modern opgebracht pakket grond, t.b.v. inrichting/het bouwrijp maken van het bedrijventerrein aan het begin van deze eeuw. Het opgeboorde materiaal heeft geen archeologische indicatoren opgeleverd. Ook zijn er geen door de mens gevormde cultuurlagen waargenomen die van enige ouderdom kunnen zijn dan wel kunnen wijzen op een oudere woongrond. Er zijn daarmee geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het plangebied.ConclusieGeconcludeerd wordt dat, op basis van de paleogeografische ontwikkeling, het plangebied gedurende het Laat-Pleistoceen en Holoceen geen gunstige ligging zal hebben gehad als (tijdelijke) bewoningslocatie en heeft daarmee een lage verwachting op het voorkomen van archeologische resten vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Een middelhoge verwachting voor de perioden IJzertijd-Late Middeleeuwen, welke is gegeven voor een terrein circa 140 meter ten zuidwesten van het plangebied waar een verkennend booronderzoek is uitgevoerd, kan naar inziens van Econsultancy dan ook niet worden gegeven voor onderhavig plangebied. Verder zijn er geen archeologische indicatoren/potentiële archeologische lagen aangetroffen. Daarmee wordt de lage verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum bevestigd. Een archeologische vindplaats wordt binnen het plangebied dan ook niet verwacht.AdviesOp grond van de resultaten van het verkennend booronderzoek, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Het plangebied heeft in het verleden geen gunstige ligging gehad als (tijdelijke) bewoningslocatie. Verder zijn er geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische lagen en er is ook geen archeologisch vondstmateriaal aangetroffen in het verkruimelde bodemmateriaal. Een archeologische vindplaats wordt niet meer verwacht binnen het plangebied.Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Date Accepted: 16-03-2021

Date Accepted: 2021-03-16

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xsb-pgrp
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xsb-pgrp
Provenance
Creator E.M. ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; E.M. ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 11160; 31757782; 11107; 1092; 4585
Version 1.0
Discipline Humanities