In opdracht van Liandon heeft Antea Group in augustus 2014 een inventariserend veldonderzoek door middel van karterende uitgevoerd in het plangebied Dijkgraaf 4 op industriegebied Centerpoort- Nieuwgraaf te Duiven.De directe aanleiding voor dit onderzoek is het plan om een voormalige parkeerplaats op een industrieterrein te herontwikkelen. De parkeerplaats zelf is vanwege ophoging en een grote mate van grondverzet in het verleden, vrijgesteld voor archeologisch onderzoek. Wel dient een toekomstig onderkelderd gebouw en af te graven watergang archeologisch onderzocht te worden.In dit kader heeft Adviesbureau BAAC in augustus 2014 een bureauonderzoek, gevolgd door een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen, uitgevoerd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is geadviseerd om het zuidelijk deel van het plangebied vrij te geven, maar het noordelijke en centrale deel van het plangebied nader te onderzoeken middels een karterend booronderzoek omdat hier tot maximaal 3,0 m - mv zal worden gegraven en daardoor eventueel aanwezige archeologische resten zullen worden vernietigd.In voorliggende rapportage worden de resultaten van het karterend booronderzoek gepresenteerd en wordt geadviseerd hoe om te gaan met eventueel aanwezige archeologische resten.Het veldonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.3.Op basis van de resultaten van het uitgevoerde karterende onderzoek wordt gesteld dat in het plangebied geen sprake is van een archeologische vindplaats. De aanbeveling luidt dan ook om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit advies dient aan (de adviseur van) de bevoegde overheid te worden voorgelegd. Die dient een selectiebesluit te nemen.Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.