Laagland Archeologie heeft in juni 2021 een Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd ten behoeve van een woningbouwproject tussen de Stroeërschoolweg en Ericaweg te Stroe. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de herinrichting van het plangebied.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocol SIKB KNA 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Voor het plangebied is in een eerder stadium een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd verwacht. Dit blijkt uit het vermoedelijk intacte bodemprofiel, de in de omgeving bekende archeologische waarnemingen en omdat er geen bodemverstoring bekend is door recente bebouwing of bodemingrepen zoals diepploegen, ontgrondingen of egalisaties.Uit het verkennende booronderzoek is gebleken dat in tenminste een derde van de boringen een of twee horizonten van een humuspodzol (veldpodzolgrond) bewaard zijn gebleven. In de meeste gevallen is een onverstoord profiel of een vrij ondiep verstoord profiel aangetroffen. In de strook met bebouwing in het zuiden van het plangebied is een deels verstoorde ondergrond aangetroffen en is het terrein opgehoogd. Voor dat deel is geen vervolgonderzoek geadviseerd, voor het overgrote deel van het plangebied is een karterend booronderzoek geadviseerd. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.Het karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd op archeologische indicatoren. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Dit advies is overgenomen doorMochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).