In de periode van 28 juni tot en met 6 juli (Fase I) en van 9 tot en met 23 december 2010 (Fase II) is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in plangebied Oostering te Pesse. Het plangebied is circa 7,5 hectare groot en bestaat uit drie delen. Het noordelijke deel bestaat uit een korfbalveld, in het midden ligt een ijsbaan en het zuidelijke deel is in gebruik als akker.AdviesWegens de plannen om woningbouw en herinrichting in het plangebied te laten plaatsvinden, kunnen de archeologische resten niet in de bodem bewaard blijven. Uit het proefsleuvenonderzoek blijkt dat het in de jaren tachtig opgegraven deel van een middeleeuwse nederzetting zich ook over het zuidelijke deel van het plangebied uitstrekt. In het noordoosten en uiterste zuidwesten wordt de spoordichtheid minder.Ter hoogte van het korfbalveld zijn ondanks egalisatie-werkzaamheden nog archeologische grondsporen aangetroffen. Deze grondsporen wijzen op menselijke activiteiten aan de rand van de middeleeuwse nederzetting. Gezien de hoeveelheid sporen op dit sportveld dient dit terrein vlakdekkend opgegraven te worden. Het uiterste noordwesten van het plangebied kan buiten beschouwing worden gelaten, omdat dit deel in de jaren tachtig reeds is gedocumenteerd.Op de ijsbaanstrook is de bodem zodanig diep verstoord, dat er in de proefsleuven geen archeologische sporen zijn waargenomen of vondsten zijn gedaan. Het is niet uit te sluiten dat er zich op dit terrein nog onderkanten van zeer diepe grondsporen bevinden, zoals waterputten, maar hiervoor zijn in de proefsleuven geen aanwijzingen gevonden. Naar aanleiding van de resultaten van dit archeologische onderzoek adviseren wij dit deelterrein vrij te geven.Proefsleuven uitgevoerd op de akker, het zuidelijke deel van het plangebied, bleken over het algemeen nog sporen van de middeleeuwse nederzetting te bevatten. In het noordwesten van de akker bleken paalkuilen van een boerderijwand aanwezig te zijn en ook zijn er clusters paalgaten blootgelegd. Alleen in het uiterste noordoosten van het akkerperceel is de bodem te diep verstoord en zijn in deze delen van de proefsleuven geen archeologische sporen waargenomen. Dit uiterste noordoosten kan buiten beschouwing worden gelaten. Gezien de hoeveelheid archeologische sporen op de rest van het terrein adviseren wij de akker vlakdekkend op te graven.Om de bewoningsgeschiedenis van Pesse beter in kaart te brengen is het van belang dat het eerder door de universiteit opgegraven deel van de nederzetting wordt aangevuld met resultaten van de periferie ervan. Dit geeft hoogstwaarschijnlijk meer informatie over de fasering en de randverschijnselen, zoals bijgebouwen, erfscheidingen en waterputten.
2010-07/01