In opdracht van SAB heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in augustus 2014 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de geplande sloop van enkele opstallen en de nieuwbouw van een drietal huizen aan de Terpstraat 9 te Groessen in de gemeente Duiven. Het onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten.De geomorfologie van het plangebied bestaat uit rivierduinafzettingen die zijn afgedekt door oeverafzettingen. De oeverafzettingen behoren tot meandergordel Oude Rijn-Pannerden. Het plangebied maakt nagenoeg geheel deel uit van een oude woongrond. Hierop is, 200 m zuidelijker, ook de historische kern van Groessen gelegen. Aan de oostzijde grenst het plangebied direct aan een AMK-terrein (monumentnummer 3846; terrein van zeer hoge archeologisch waarde).Binnen dit terrein komen nederzettingssporen voor uit de periode IJzertijd t/m Late Middeleeuwen.Tijdens het veldonderzoek zijn zes boringen verricht. De ondergrond bestaat uit rivierduinafzettingen die aan de noordzijde van het perceel worden afgedekt door oeverafzettingen. In alle boringen zijn diverse archeologische indicatoren aangetroffen (aardewerk, onverbrand bot, verbrande klei en fosfaat).Bij bodemingrepen dieper dan 20 cm beneden het huidige maaiveld in het zuidelijk deel van het plangebied (dagzomend rivierduin) en dieper dan 30 cm beneden het huidige maaiveld in het noordelijk deel (oeverafzettingen op rivierduinafzettingen) wordt geadviseerd archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Indien de bodemingrepen beperkt blijven tot het graven van funderingssleuven wordt geadviseerd om dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een archeologische begeleiding van de werkzaamheden. Indien er ook buiten de funderingssleuven bodemingrepen plaatsvinden, wordt geadviseerd om dit vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in de vorm van een waarderend proefsleuvenonderzoek. Een archeologische begeleiding en een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) behoren conform de KNA (versie 3.3) plaats te vinden op basis van een Programma van Eisen (PvE). Dit PvE dient voor aanvang van het onderzoek te worden opgesteld door een senior-archeoloog.