Archeologisch onderzoek NuLelie Akkrum, gemeente De Fryske Marren, Heerenveen en Opsterland

DOI

In opdracht van Liander heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van een karterend booronderzoek uitgevoerd voor delen van het plangebied NuLelie (Netuitbreiding Lelie) tracé Akkrum. De huidige verschillende tracédelen liggen in meerdere gemeenten in de provincie Fryslân: Opsterland, Heerenveen en De Fryske Marren. Het eerste deeltracé heeft een lengte van circa 25 km en de lengte van het huidige plangebied ten behoeve van het karterende onderzoek bedraagt circa 1 km.

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek geldt er voor het plangebied een lage tot hoge verwachting op archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum tot en met het Vroeg Neolithicum. De archeologische verwachting is hoog op de hoger gelegen delen zoals grondmorene ruggen of dekzandruggen en laag voor het getijdengebied in het noordwesten van het tracé. In het overige gebied is de verwachting middelhoog. Gezien de vernatting van de regio vanaf het Neolithicum is er een lage verwachting op resten uit de Bronstijd. Er geldt een middelhoge verwachting voor de hoger gelegen delen zoals grondmorene ruggen of dekzandruggen. Pas vanaf de IJzertijd zijn er weer tekenen van menselijke bewoning op het veen en het kleidek van de rivier de Boorne. Hierbij geldt er een middelhoge verwachting op archeologische resten vanaf de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. Ter hoogte van de huisterpen en bewoningslinten/dorpen geldt er een hoge trefkans op het aantreffen op archeologische resten hiervoor. Voor het veengebied geldt er een lage verwachting voor deze periode. De Kadastrale Minuutplan en overige kaarten laten zien dat er in de 18de tot de 20ste eeuw vrijwel geen bebouwing aanwezig is in het gebied van het tracé. Het tracé kruist vrijwel geen historische bebouwing, met uitzondering van de historische plaatsen Akkrum, Nes, Terherne en Aldeboarne. De archeologische verwachting voor deze plaatsen is dan ook middelhoog tot hoog voor de Nieuwe tijd. Voor het overige deel van het tracé is de verwachting laag.

Het veldwerk voor het inventariserende veldonderzoek is verricht in maart 2026. Hierbij zijn 53 handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 en 12 cm en een guts van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,3 m in de C- horizont van het dekzand en/of tot een maximale diepte van 1,6 m beneden maaiveld voor het kleigebied. De boringen zijn gezet in een lijnsegment en om de 25 meter en om de 12,5 meter voor boringen 37 tot en met 53.

Tijdens het karterende booronderzoek zijn boringen gezet op de kleiige afzettingen die te maken hebben met de transgressiefasen van de rivier de Boorne die tijdens het Holoceen zijn afgezet. Deze afzettingen horen allen tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren.

Hierbij bestaan de eerste tien boringen uit getijde afzettingen met in slechts twee boringen een ontkalkte en gerijpte top. In deze boringen zijn verder geen aanwijzigingen van een bewoningslaag aangetroffen. De archeologische verwachting voor deze locatie kan worden bijgesteld naar laag.

Boringen 11 tot en met 17 liggen ten zuidoosten van Akkrum. In totaal zijn in vijf boringen een gerijpte en ontkalkte top aangetroffen. Ook in deze boringen zijn geen aanwijzingen van een bewoningslaag aangetroffen. Onderin de boringen is zand aangetroffen, wat mogelijk beddingzand van een (rest)geul van de rivier de Boorne is. De archeologische verwachting voor deze locatie kan worden bijgesteld naar laag.

Boringen 18 tot en met 20 liggen ten zuidwesten van Akkrum en zijn vrijwel volledig geroerd. Voor deze boringen is er voor de voorgenomen werkzaamheden geen archeologische verwachting meer aanwezig.

De boringen 21 t/m 36 in de weilanden langs de Ljouwerterdyk en de Meskenwier, ten westen van Akkrum, bevatten voornamelijk (matig) slappe en kalkrijke afzettingen die relateren aan een mogelijke (rest)geul in het gebied. Onderin de boringen is er rietveen aangetroffen dat behoort tot de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket. De archeologische verwachting voor deze locatie kan worden bijgesteld naar laag.

De uitzondering hierbij zijn boringen 46 en 47. In deze boringen zijn intacte sterk siltige kleiafzettingen aangetroffen bovenop een bruine, matig humeus kleipakket. Dit kleipakket bevat verbrand botmateriaal, houtskoolresten, baksteenresten en aardewerk. Het materiaal is aangetroffen rond de 120 cm onder maaiveld (1,33 tot 1,31 m –NAP). Dit pakket is ca. 20 tot 30 cm dik waarna het over gaat in een humeus kleipakket met brokken veen op 150 cm onder maaiveld in boring 46. In boring 47 is er veen aangetroffen onder het humeuze kleipakket op 150 cm onder maaiveld.

In de omringende boringen zijn er geen tekenen van bewoning aangetroffen. De archeologische verwachting voor de boringen, met uitzondering van 46 en 47, kan worden bijgesteld naar laag.

Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied vervolgonderzoek aanbevolen. Geadviseerd wordt om een inventariserend
veldonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren ter hoogte van boring 46 en 47 Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient er een Programma van Eisen opgesteld te worden en te worden goedgekeurd door de bevoegde overheid.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/ELZS3J
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/ELZS3J
Provenance
Creator van Keulen, Fred
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor van Keulen, Fred
Publication Year 2026
Rights CC-BY-SA-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0
OpenAccess true
Contact van Keulen, Fred (Sweco Nederland B.V.)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Size 32144279
Version 1.0
Discipline Humanities