De verwachte natuurlijke vlakvaaggrond is niet aan getroffen. Deze is waarschijnlijk door verploeging opgenomen in de antropogeen opgebrachte dikke eerdgrond. De eerdgronden zijn meestal pas vanaf de Late-Middeleeuwen ontstaan door het opbrengen van plaggen vermengd met stalmest ten behoeve van grondverbetering (Spek 2004). Er zijn crevasseafzettingen aangetroffen, die waarschijnlijk uit de Volle-Middeleeuwen stammen met daaronder komklei van de IJssel en veen. Dit beeld komt overeen met het geschetste beeld in het bureauonderzoek. Vandaar dat de specifieke verwachtingen voor alle perioden uit het bureauonderzoek gehandhaafd kan bliven. Dit betekent een onbekende verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum, een lage verwachting voor de perioden Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen en een hoge verwachting voor de perioden Volle-Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd.De dikte van de humeuze A-horizont varieert van 45-110 cm en is daarom geïnterpreteerd als een antropogeen opgebracht bodem, bestaande uit een Aap-horizont (bouwvoor) en/of Aa-horizont, die rust op de onder gelegen zandige C-horizont. De bodem wordt geïnterpreteerd als een dikke eerdgrond, die waarschijnlijk tot de tuineerdgronden wordt gerekend.De verwachting is dat de bodem voor de bouw van de voertuigen-materiaalloods (Bijlage 7, A) niet diep verstoord zal zijn, omdat deze niet onderkeldert is, waar in paragraaf 2.5 nog wel vanuit is gegaan.
Issued: 2016-08-25