In opdracht van Waterschap De Dommel heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in juli 2013 een verkennend booronderzoek uitgevoerd in plangebied Poppelsche Leij - Krombeemden in de gemeente Goirle. In het plangebied is een maaiveldverlaging van circa 30 cm gepland en wordt over een afstand van 110 m een nieuwe greppel gegraven met een breedte aan het maaiveld van 2 m en een bodembreedte van 50 cm op een diepte van 75 cm -Mv. In 2012 heeft RAAP voor de ruime omgeving van het plangebied een bureauonderzoek uitgevoerd (Vansweevelt & Sprengers, 2012). Hieruit bleek dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachting gold voor vindplaatsen (kampementen) van jager-verzamelaars en een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers. Het doel van onderhavig veldonderzoek was het in kaart brengen van de bodemopbouw in het plangebied. Op basis van deze gegevens wordt inzicht verkregen in de mate van gaafheid van eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen en vindplaatsen van landbouwers.In totaal zijn tien boringen geplaatst binnen de zone waar een maaiveldverlaging zal plaatsvinden; aanvullend zijn nog drie boringen geplaatst in het toekomstige greppeltracé. Er is geboord tot maximaal 110 cm -Mv met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Omdat vindplaatsen van jager-verzamelaars met name bestaan uit een vondststrooiing van vuurstenen artefacten in de top van de bodem, zijn deze vindplaatsen zeer kwetsbaar voor (oppervlakkige) bodemverstoringen. In het plangebied zijn geen intacte bodemprofielen meer aangetroffen. De bodemhorizonten waarin de vondsten werden vermoed, zijn grotendeels verdwenen of opgenomen in de bovenliggende bouwvoor. In drie boringen waren nog restanten van die horizonten te herkennen in een verstoorde menglaag onder de huidige bouwvoor (boringen 1, 3 en 5). Op basis van de resultaten van dit onderzoek mag besloten worden dat eventuele vindplaatsen van jager-verzamelaars in het plangebied verstoord zullen zijn.Voor het plangebied gold daarnaast ook een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers. Dergelijke vindplaatsen kenmerken zich door diep in de bodem ingegraven sporen, zoals paalkuilen of waterputten. Dergelijke sporen zijn minder kwetsbaar voor bodemverstoringen. Met uitzondering van drie locaties binnen het plangebied waar een sterk verstoord bodemprofiel is aangetroffen (boringen 2, 7 en 13), zullen eventuele vindplaatsen van landbouwers nog goed bewaard zijn. Gezien de relatief natte bodemcondities in het zuiden van het plangebied en de ligging vlak langs het beekdal, mag worden aangenomen dat sporen van nederzettingen hier schaars zullen zijn.Volgens een pachter zou het plangebied in het verleden hebben geleden onder een grootschalige bodemverstoring (tot 80 cm -Mv). Hoewel enkele verstoorde bodemprofielen zijn aangetroffen in het gebied, lijkt de impact ervan relatief beperkt. Mogelijk dat het gebied in het verleden is gediepwoeld, waarbij slechts smalle stroken zijn omgewoeld.
Date: 2013-07-23