Het doel van het onderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting om zo advies te kunnen geven over hoe hiermee bij de ontwikkeling rekening gehouden kan worden. Er is gebruikgemaakt van kaarten, databanken, bodem- en historische informatie binnen een straal van 300 meter rond de locatie. In het plangebied wordt de openbare weg met aangrenzende trottoirs, groenstroken en parkeerplaatsen opnieuw ingericht en er wordt riolering aangelegd. Het plangebied wordt ook enkele decimeters opgehoogd.
Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta'. De top van het Pleistocene oppervlak ligt tussen -10 en -14 m NAP. Hierop liggen Holocene rivierafzettingen afgewisseld met veen. Ongeveer 250 na Christus wordt de Vlist actief. Deze veenstroom heeft een bochtig verloop. In het zuiden van het plangebied, in de omgeving van het zwembad, ligt het plangebied vrijwel zeker op oeverafzettingen van de Vlist. In het noorden in de omgeving van de Grote Haven is dit mogelijk ook het geval. Op de oeverafzettingen van de Vlist moet rekening worden gehouden met archeologische resten uit de Romeinse tijd tot en met de Middeleeuwen.
Haastrecht is aan het begin van de Late Middeleeuwen ontstaan langs de Hollandse IJssel, bij de monding van de Vlist. De Grote Haven is vermoedelijk al snel in de Middeleeuwen aangelegd en verbindt de Vlist met de Hollandse IJssel. Zuidelijk van de haven liggen de Bredeweg met parallel het Molenvliet waar in de 15e eeuw de Achterpoortse molen wordt opgericht. In en bij de Grote Haven moet rekening worden gehouden met archeologische resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Na WOII wordt de Grote Haven gedempt en de Bredeweg verbreed.
Aanbevolen wordt om de civiele werkzaamheden voor aanleg van het hemelwaterriool in het noorden van het plangebied archeologisch te laten begeleiden (proefsleuven variant begeleiding). Bij het aantreffen van behoudenswaardige archeologische resten (na overleg met bevoegd gezag) op te schalen naar een Opgraving variant begeleiding.
Aanbevolen wordt om het tracé van de nieuwe natuurvriendelijke oever bij het fietspad ten oosten van de Bredeweg en het tracé van het hemelwaterriool op de parkeerplaats bij het zwembad nader te laten onderzoeken op aanwezigheid van archeologische resten door middel van een karterend booronderzoek. Zie de advieskaart achterin het rapport voor de ligging van deze zones.
Overeenkomstig het advies is in juni 2026t is een booronderzoek uitgevoerd in het zuiden van het plangebied. In het onderzoeksgebied zijn tien boringen gezet. De einddieptes van de boringen liggen tussen 200 cm -mv en 400 cm -mv.
Het natuurlijke bodemmateriaal bestaat grotendeels uit veen. Bij één boorpunt waar tot 400 cm is geboord, ligt onder het veen een slappe kalkloze laag met plantenresten. Vermoedelijk zijn dit meerafzettingen.
In het deel waar de natuurvriendelijke oever wordt gerealiseerd ligt de bovenkant van het veen direct onder de geroerde bovenlaag van 30 tot 60 cm dik (tussen -210 en ‑245 cm NAP).
In het deel waar het hemelwaterriool wordt gerealiseerd ligt de bovenkant van het veen tussen 90 en 170 cm -mv (tussen -218 en -323 cm NAP). In dit deel ligt op het veen een pakket komklei. De komafzettingen zijn vermoedelijk vanuit de Vlist afgezet. In het pakket bevinden zich lagen met roestvlekken (een spoor). Op de komafzettingen ligt een pakket geroerde grond (cunetzand/ophoogzand) van maximaal 90 cm dik.
De Vlist heeft, in tegenstelling tot wat werd verwacht op basis van het bureauonderzoek, ter hoogte van het onderzochte gebied geen oeverafzettingen gevormd. Het potentiële archeologische niveau dat zou worden onderzocht blijkt dus niet aanwezig. De komafzettingen en het veen zijn wel geïnspecteerd op archeologische indicatoren of lagen, maar hierin zijn geen aanwijzingen gevonden voor een archeologische vindplaats.