Uit het Archeologisch Bureauonderzoek kan worden afgeleid dat binnen het plangebied er een hoge verwachting bestaat op archeologische waarden vanaf de vroege prehistorie tot en met de late middeleeuwen. Deze verwachting is enerzijds gekoppeld aan de aanwezigheid van pleistoceen dekzand (Laagpakket van Wierden) en anderzijds de aanwezigheid van bebouwing langs de dijk, een voorganger van de huidige Walstraat, op de kaart van Jacob van Deventer uit 1550. De archeologische verwachtingswaarde voor de Nieuwe Tijd is, op basis van beschikbare bronnen, laag.Het gespecifieerde archeologisch verwachtingsmodel werd middels 10 controleboringen getoetst. Hierbij is vastgesteld dat tot minimaal 4 meter –mv geen pleistoceen dekzand aanwezig is. Dit dekzand is geërodeerd onder invloed van een getijdengeul.Hierdoor kan de hoge archeologische verwachting, op het niveau van het dekzand, bijgesteld worden naar laag. Er werd tevens een boring in het talud van de dijk gezet in het uiterste noorden van het plangebied. Hier werden geen archeologische resten gevonden of diep reikende recente verstoringen. Hier kan de hoge verwachting worden gehandhaafd. Er zijn tevens geen aanwijzingen om de lage verwachtingswaarde voor vindplaatsen uit de Nieuwe Tijd te wijzigen.