Het bureauonderzoek toont aan dat er een hoge kans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd in het westelijk deel van het zuidelijk plangebied, dat op de (flank) van de dekzandrug ligt. Er is een lagere kans in het overige deel dat lager ligt en natter zal zijn geweest. Er is een gerede kans op een bodemverstoring tot onder het archeologisch waardevol niveau door de bewerking van de grond tot een diepte van meer dan 0,50 m-mv. Het dekzand ligt in de omgeving op een diepte van 70 - 115 cm-mv. Op basis van het uitgevoerde booronderzoek kan geconcludeerd worden dat de bevindingen uit het bureauonderzoek juist zijn. Het bodemprofiel bestaat uit (de flank van) een dekzandrug, waarvan de basis bestaat uit verspoeld dekzand dat afgedekt wordt door een gemiddeld 90 cm dik pakket jonge rivierklei (zavel). De top van dit kleipakket is in de Moderne Tijd (20e eeuw) omgewerkt voor landbouwdoeleinden.