In opdracht van Staatsbosbeheer heeft RAAP in april 2026 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Grienden Elzenweg te Wijngaarden in de gemeente Molenlanden. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.
Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:
•Vanaf 9 m diepte kan het niveau van het landschap uit de ijstijd worden verwacht met een niet nader te specificeren verwachting voor de aanwezigheid van resten van tijdelijke kampementen van jager-verzamelaars uit het paleolithicum. Dit niveau wordt niet geraakt door de voorgenomen plannen.
•Vanaf 4 m diepte en dieper kan het niveau van het landschap uit het vroege Holoceen worden verwacht met een hoge verwachting voor de aanwezigheid van resten van tijdelijke kampementen van jager-verzamelaars uit het mesolithicum op rivierafzettingen. Dit niveau wordt niet geraakt door de voorgenomen plannen.
•Vanaf maaiveld ligt het veen, dat in de loop van de late middeleeuwen, vanaf begin 11e eeuw waarschijnlijk, is ontgonnen en langs ontginningsassen is bewoond. Archeologische vondsten in en rond het plangebied wijzen ook op bewoning langs de as die langs de huidige Elzenweg loopt. Hier geldt dan ook een zo goed als zekere verwachting voor de aanwezigheid van resten van bewoning uit de late middeleeuwen voor de periode van het begin van de 11e eeuw tot en met het einde van de 13e eeuw.
•Vanaf begin 17e eeuw is het plangebied niet meer bewoond, zo blijkt uit historisch kaartmateriaal. Daarna is het verkaveld maar onbewoonde landbouwgrond of weiland. De archeologische verwachting voor deze periode is dan ook laag.
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen.
Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven in de gedeelten van het plangebied die worden ontgraven. Waar wilgen worden aangeplant, zal de verstoring ondiep blijven aangezien het grondwaterpeil gelijk blijft of stijgt.
Uit de karteringen van de AWN in de vorige eeuw is al duidelijk dat hier in de late middeleeuwen, ongeveer van de 11e tot en met de 13e eeuw, gewoond is. Het proefsleuvenonderzoek heeft tot doel niet alleen de opbouw van de ondergrond, de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen, maar ook om de verspreiding, diepteligging en gaafheid van de archeologische resten te waarderen. Aan de hand daarvan kan de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting worden getoetst, kunnen concrete gegevens worden verzameld over gaafheid en diepteligging van de verwachte archeologische resten en kan een uitspraak worden gedaan over de behoudenswaardigheid van de aanwezige resten.
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Molenlanden, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit