Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (19207.002) Rozenstraat 19 te Veenendaal

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek. Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum, een middelhoge verwachting voor de perioden Laat-Neolithicum t/m de Middeleeuwen en een lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd. Deze verwachting is met name gebaseerd op de ligging van het plangebied binnen de zuidelijke flank van een stuwwalheuvel, bedekt met een laag (gordel)dekzand. Binnen deze gradiëntzone, met mogelijk natuurlijke waterbronnen binnen nabijgelegen dekzandvlakten, vormde wellicht een aantrekkelijke locatie voor het ontplooien van tijdelijke bewoningsactiviteiten (vorming van kleine nederzettingsterreinen of kleine (jacht)kampementen. Vanaf het Vroeg-Neolithicum ontstond er hoogveengroei in de Gelderse Vallei. Zeker de lager gelegen dekzandvlakten zullen al snel te nat/drassig zijn geweest en waren daarmee ongeschikt voor permanente bewoning door landbouwers (moeilijk begaanbaar waar tevens condities niet gunstig waren voor gewassenteelt). Of de flanken van de met dekzand bedekte stuwwalheuvels van nature voldoende ontwaterd bleven om daarmee geschikt bleven als akkergronden, is de vraag. Het zullen in ieder geval de hogere delen van de stuwwalheuvels zijn geweest die het meest geschikt waren voor het ontplooien van bewoningactiviteiten. Tot op heden heeft archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied als ook op de ten noorden gelegen hoogste delen van de stuwwalheuvel van de Grote Veenlo, geen archeologische vindplaatsen opgeleverd. Historisch kaartmateriaal geeft geen aanwijzingen van een historisch erf binnen het plangebied. Er is verder geen aanleiding voor de aanwezigheid van militaire structuren/elementen gerelateerd aan de Grebbelinie (in gebruik in de periode 1939-1940) als aan de later aangelegde Duitse Pantherstellung (in gebruik in de periode 1944-1945). Het gebruik als fabrieksterrein dateert al vanaf de jaren ’30 van de 20e eeuw en vanaf eind jaren ’60 van de 20e eeuw hebben op uitgebreide schaal bouwwerkzaamheden plaatsgevonden, resulterend in de vandaag de dag nog aanwezige verschillende bedrijfsgebouwen en een kantoorpand. Resultaten inventariserend veldonderzoek. De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat er reeds vrij diepgaande ontgravingen dan wel bodemverstoringen hebben plaatsgevonden ten gevolge van de inrichting van het bestaande fabrieksterrein. Naast een dik pakket cunet-/bouwzand zijn hieronder sterk gevlekte, recent vergraven/gestorte lagen grond aanwezig. Recente verstoringen reiken tot een diepte van gemiddeld 120 cm -mv, met uitschieters tot wel 145/160 cm -mv. De onverstoorde bodem betreft direct de C-horizont. Binnen het zuidelijke en westelijke deel van het plangebied is nog een restant (gordel)dekzandafzettingen, in dikte toenemend in de naar het zuiden toe aflopende flank van een stuwwalheuvel. Onder de (gordel)dekzandafzettingen, tussen circa 1,5 tot 2 meter (in zuidelijke richting) onder het huidige maaiveld, komen grondmorene-afzettingen voor. De sterke mate van erosie gedurende de voorlaatste als de laatste ijstijd heeft geresulteerd in nog wat plaatselijk restanten keileem en wat vooral overblijft is keizand (lemige materiaal is verspoeld richting lagere delen rondom de stuwwalheuvel). In het noordoostelijke deel van het plangebied is onder het verstoringsniveau directe sprake van grondmorene-afzettingen. Het blijft echter mogelijk dat hierboven oorspronkelijk nog een dunne afdekkende laag gordeldekzand heeft gelegen, maar zal hier al reeds volledig zijn ontgraven ten behoeve van de inrichting als fabrieksterrein. Dit is ook volledig in overeenstemming met het in het bureauonderzoek besproken hoogtebeeld van het fabrieksterrein, wat duidt op ontgraving/egalisatie van het terrein. Intacte restanten van de oorspronkelijke/van nature gevormde bodemopbouw zijn niet aangetroffen. Er zijn verder geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen. Conclusie. Geconcludeerd wordt dat op basis van de resultaten van het booronderzoek, waarbij sprake is van een diepgaand verstoorde bodemopbouw en restanten van het te verwachten oorspronkelijke/van nature gevormde bodemprofiel ontbreken, er geen aanleiding meer is om nog intacte/in situ gelegen restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij nog een hoge verwachting gold voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum en een middelhoge verwachting voor de perioden Laat-Neolithicum t/m de Middeleeuwen, dient dan bijgesteld te worden naar een lage verwachting. Voor de perioden Nieuwe tijd was en blijft de verwachting laag. Advies. Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is sprake van een duidelijk verstoorde bodemopbouw binnen het gehele plangebied en het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau is merendeels, zo niet geheel verstoord/aangetast. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/USQYEG
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/USQYEG
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2022
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 10975540
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem