Synthegra B.V. heeft in opdracht van bedrijf XXX een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een karterend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Lidlumerwei 22 te Klooster-Lidlum. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aanleg van een palletopslag, bomenraai en sloot voor een deel van het plangebied. ,Voor het overige deel van het plangebied geldt dat het “kruinig” wordt gemaakt.
De oppervlakte van het plangebied bedraagt 5 ha, waarbij de verstoring van het gebouw, de sloot en de bomen ca. 7400 m2 bedraagt met een verwachte diepte van maximaal 1,5 meter beneden maaiveld. Op de overige 42600 m2 zal de grond kruinig gemaakt worden, waarbij de verstoringsdiepte ca. 0,5 meter beneden maaiveld zal bedragen. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.
Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied intact.
Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, en bevinden zich in de bovengrond van het Pleistocene zand. Dit zit echter dieper dan 5 meter beneden maaiveld, en zal dus zeker niet verstoord worden door de huidige werkzaamheden.
Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen diep reiken en zijn mogelijk nog intact. Tijdens het booronderzoek zijn echter geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode.
Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd.