Onderzoek gericht op de documentatie en interpretatie van aangetroffen funderingsresten in de tuin horend bij de schuur, genaamd ‘De Loofhut’ aan de Zuiderlingdijk 91s. In de funderingsresten konden meerdere bouwfasen worden onderscheiden.
Er is geen diepgaand bouwhistorisch onderzoek van de schuur uitgevoerd.
De schuur betreft het bedrijfsgedeelte van een voormalige boerderij met dwarsgeplaatst voorhuis met een oorsprong in de achttiende, mogelijk zeventiende eeuw.
In 1825 is sprake van een driebeukige dwarshuisboerderij met ankerbalkgebinten waarvan nu nog delen van twee ankerbalkgebinten resteren. Beide zijbeuken maakten vermoedelijk bij de verbouwing in 1865 plaats voor verhoogde zijgevels ten behoeve van een inrijpoort (mogelijk in beide zijgevels) met een erboven geplaatst hooiluik. In 1900 werd het voorhuis versmald en het bedrijfsgedeelte verbreed door middel van een zijbeuk aan de linkerzijde. Aan de achterzijde was het bedrijfsgedeelte in hout uitgevoerd. Vermoedelijk werd de inrijpoort tijdens de verbouwing in 1900 dichtgezet ten gevolge van een specialisatie in de fruitteelt. In 1928 werd het voorhuis gesloopt. Het bedrijfsgedeelte (de schuur) bleef bestaan. Na 1901 is de schuur aan de achterzijde uitgebreid. Vermoedelijk is het achterste gedeelte van het bedrijfsgedeelte dat in 1901 in hout was uitgevoerd toen vervangen door muren van baksteen. In de schuur bevindt zich onder een luik een kleine (schuil)kelder met inscriptie op de muur: 'H. Brouwer Beetsterzwaag Friesland'.