Vindplaats 1 bestaat uit resten van (achtererven van) historische bebouwing. Deze werden aangetroffen in het uiterste noorden van gebied VIDAR. Het zwaartepunt van deze bewoning zal zich net ten noorden van de noordelijke onderzoeksgrens hebben bevonden. De resten bestaan uit de onderkant van een fundering/muur (S4), kuilen (S5, 6, 8 en 12) en een vermoedelijke greppel (S10).Het restant van de fundering/muur (S4) betreft mogelijk de (verdiepte) hoekfundering van een langwerpig NO-ZW georiënteerd gebouw dat te zien is op het kadastrale minuutplan. Omdat de ligging niet exact overeen komt is het niet uitgesloten dat het gaat om een onderdeel van een aanbouw of een bijgebouw. De scherven uit de insteek (of oudere kuil) van S4 kunnen in elk geval in de vroege nieuwe tijd (V4 en V5; ca. 1550-1650) gedateerd worden. Mogelijk dat kuilen S5 en 6 ? gezien de nabije ligging bij S4 - met voormalige bebouwing te maken hebben. Uit S5 komt in elk geval een aardewerkscherf (V6) die in dezelfde periode gedateerd kan worden als de vondsten uit de insteek van S4. De overige kuilen betreffen een afvalkuil met slachtafval van een rund (S8, V3), alsook een kuil (S12) waar de exacte functie niet van bekend is en waarin een wetsteen is aangetroffen (V7). De NW-ZO georiënteerde greppel kan op basis van oriëntatie ingepast worden binnen de perceelsindeling, zoals te zien op het minuutplan. De resten van vindplaats 1 worden op basis van vondsten alsook de (nabijgelegen) bebouwing op het minuutplan gedateerd in de vroege t/m midden nieuwe tijd (2e helft 16e eeuw t/m 19e eeuw). Aangenomen kan wel worden dat de bewoning van Lutterade minstens tot de vroege nieuwe tijd terug zal gaan. Aanwijzingen voor oudere bewoningsresten dan de 2e helft van de 16e eeuw werden niet aangetroffen.Vindplaats 2 betreft de resten van een historische veldweg, aangetroffen in het centrale deel van VIDAR (WP 8). Deze onverharde weg, bestaande uit twee diep uitgesleten karrensporen (S13), is te zien op historische kaarten en dateert (minstens) vanuit de midden nieuwe tijd, en was tot in de 2e helft van de 20e eeuw nog aanwezig.Tot slot dient er ook op gewezen te worden dat er tijdens het proefsleuvenonderzoek op vijf locaties (vier in gebied VIDAR en één in gebied Mauritspark) resten van brandbommen zijn aangetroffen. Het gaat om valgewichten van zogenaamde ?4 lb. brandbommen? die in verband staan met het bombardement van het gebied door de RAF op 5 oktober 1942.